<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns="http://purl.org/rss/1.0/" xmlns:taxo="http://purl.org/rss/1.0/modules/taxonomy/" xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/">
  <channel>
    <title>DSpace Community: l. Master Thesis</title>
    <link>http://hdl.handle.net/1820/1157</link>
    <description />
    <items>
      <rdf:Seq>
        <rdf:li resource="http://hdl.handle.net/1820/4127" />
        <rdf:li resource="http://hdl.handle.net/1820/4086" />
        <rdf:li resource="http://hdl.handle.net/1820/4069" />
        <rdf:li resource="http://hdl.handle.net/1820/4068" />
        <rdf:li resource="http://hdl.handle.net/1820/4067" />
        <rdf:li resource="http://hdl.handle.net/1820/4055" />
        <rdf:li resource="http://hdl.handle.net/1820/4054" />
        <rdf:li resource="http://hdl.handle.net/1820/4053" />
        <rdf:li resource="http://hdl.handle.net/1820/4052" />
        <rdf:li resource="http://hdl.handle.net/1820/3968" />
      </rdf:Seq>
    </items>
  </channel>
  <textInput>
    <title>The Community's search engine</title>
    <description>Search the Channel</description>
    <name>search</name>
    <link>http://dspace.ou.nl/simple-search</link>
  </textInput>
  <item rdf:about="http://hdl.handle.net/1820/4127">
    <title>Individuele leertheorieën, leeractiviteiten en leerdoelen van Leraren in opleiding tijdens actieonderzoek</title>
    <link>http://hdl.handle.net/1820/4127</link>
    <description>Title: Individuele leertheorieën, leeractiviteiten en leerdoelen van Leraren in opleiding tijdens actieonderzoek&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Authors: Gootzen, Marly&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Abstract: Het ministerie van onderwijs maakt extra geld vrij om actieonderzoek in de scholen te implementeren aangezien actieonderzoek een belangrijke manier is gebleken om het onderwijs meer theoretisch te onderbouwen en de kwaliteit van het onderwijs te ondersteunen (Carr &amp; Kemmis, 1986; Steinberg &amp; Kincheloe, 1998). Het is van maatschappelijk belang dit implementatietraject met onderzoek te volgen en ervoor te zorgen dat zowel de leeromgeving als het leerproces zo optimaal mogelijk wordt ingericht en het extra geld goed besteed wordt. In het voorliggende onderzoek is ingezoomd op het leerproces en is onderzocht welke Persoonlijke leer en Actie Theorie (PLAT) LIO’s vormen, welke leeractiviteiten LIO’s ondernemen en welke leerresultaten ze beschrijven als ze bezig zijn met actieonderzoek.  Hierbij zijn de theoretische modellen van het PLAT (van der Sanden, 2004) voor de individuele leertheorie gehanteerd, de indeling van Vermunt (1996) voor de leeractiviteiten en de leerdoelen uit de modulewijzer (Mathijsen, 2010) gebruikt om de leerresultaten in kaart te brengen.  Hierbij wordt het PLAT als een persoonlijk referentiekader gezien van waaruit leer- en werkgerelateerde situaties worden geïnterpreteerd en wat richting geeft aan gedrag (van der Sande, 2004). Het onderzoek heeft plaatsgevonden op de Academische Opleidingsschool-Tilburg (AOS-T) waar 14 LIO’s aan de slag zijn gegaan met de module actieonderzoek waarbij onder andere van hen werd gevraagd een actieonderzoek uit te voeren en driewekelijks logboeken bij te houden. De antwoorden in de logboeken zijn op inductieve wijze gelabeld in ATLAS-Ti en vervolgens geïnterpreteerd. Uit het onderzoek is gebleken dat de doeloriëntaties een belangrijk bestanddeel vormen van het PLAT. Meer dan de helft van uitspraken die de LIO’s hebben gemaakt aangaande het PLAT gaan hierover. 25% van de uitspraken gaan over de concepties ten aanzien van de eigen bekwaamheid. Verder blijken de opvattingen over onder andere doeloriëntaties en leerconcepten voor elke respondent weer anders en persoonlijk van aard te zijn.   De cognitieve leeractiviteiten die de LIO’s tijdens het doen van actieonderzoek ondernemen bestaan voornamelijk uit kritisch verwerken, concretiseren en selecteren. Overleggen blijkt de belangrijkste manier om een kritische houding te ontwikkelen.Van de metacognitieve leeractiviteiten bestaat 40% uit oriënteren op. Activiteiten die studenten hierbij onder andere noemen zijn: kijken wie de vakdidacticus is, vragen of vakdidacticus of de lerarenopleider tips heeft voor literatuur, zoeken naar relevante literatuur, zoeken naar onderwerpen op het internet enz. Opvallend aan deze opsomming is dat deze activiteiten bijna allemaal vak of vakdidactisch van aard zijn. Als affectieve leeractiviteiten beschrijven de LIO’s inspannen, motiveren, attribueren, zichzelf beoordelen en verwachten.  De meeste leerresultaten worden onder leerdoel 3 (open staan voor opvattingen en meningen van anderen) beschreven. Feedback verwerken wordt hierbij als belangrijkste activiteit genoemd, daarna worden doorvragen, flexibel opstellen en rekening leren houden met wensen van meerdere partijen als leerresultaat beschreven. Bij leerdoel 1 (opvattingen formuleren, open en kritisch benaderen) worden het formuleren van een onderzoeksvraag, de eigen lespraktijk onderzoeken aan de hand van literatuur, bestuderen van vakdidactische aspecten en het ontwikkelen van een kritische houding genoemd. Hierbij valt op dat open staan voor meningen van anderen (leerdoel 3) en informatie uit externe bronnen kritisch kunnen benaderen en verwerken (leerdoel 2) continu aanwezig zijn, terwijl leerdoel 1 en 7 op specifieke momenten genoemd worden. Een en ander hangt samen met de activiteiten die LIO’s op dat moment voor het actieonderzoek ondernemen.Samenvattend kan gesteld worden dat het antwoord op de centrale vraag is dat LIO’s inderdaad een eigen persoonlijk PLAT formuleren, dat de leeractiviteiten vooral metacognitieve en cognitieve activiteiten omvatten en in mindere mate affectieve. Verder komen leerresultaten die LIO’s benoemen overeen met de leerdoelen van de module. Sommige leerdoelen (open staan voor meningen en informatie kritisch verwerken) benoemen de LIO’s gedurende de hele onderzochte periode en andere leerdoelen (Onderzoeksvraag formuleren en verslag schrijven) zijn periodiek aanwezig, samenhangend met de activiteiten die op dat moment ondernomen worden.&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Description: Gootzen, M. (2012). Individuele leertheorieën, leeractiviteiten en leerdoelen van Leraren in opleiding tijdens actieonderzoek. Februari, 02, 2012, Heerlen, Nederland: Open Universiteit.</description>
  </item>
  <item rdf:about="http://hdl.handle.net/1820/4086">
    <title>Rechtsbescherming in de Crisis- en herstelwet</title>
    <link>http://hdl.handle.net/1820/4086</link>
    <description>Title: Rechtsbescherming in de Crisis- en herstelwet&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Authors: Berkel, Linda van&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Abstract: In hoofdstuk 1 afdeling 2 van de Crisis- en herstelwet (Chw) zijn een aantal rechtsbeschermingsartikelen opgenomen. Het betreft onder andere bepalingen over de beperking van het beroepsrecht voor decentrale overheden, een ruimere mogelijkheid voor het passeren van gebreken en de invoering van een relativiteitsvereiste. Deze bepalingen zijn vergeleken met de bepalingen over toegang tot de rechter die in artikel 9 van het verdrag van Aarhus staan. De conclusie is dat een aantal rechtsbeschermingsbepalingen in de Chw niet in overeenstemming zijn met de rechtmatigheidsdoelstelling zoals die in de preambule van het verdrag van Aarhus staat. Kijk je alleen naar de letterlijke tekst van artikel 9 van het verdrag van Aarhus dan vallen de bepalingen in de Chw binnen de mogelijkheden van een nationale invulling van het bestuursprocesrecht.</description>
  </item>
  <item rdf:about="http://hdl.handle.net/1820/4069">
    <title>Parallellisatie in regelgrafen</title>
    <link>http://hdl.handle.net/1820/4069</link>
    <description>Title: Parallellisatie in regelgrafen&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Authors: Hoeve, Jan&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Abstract: Dit afstudeerverslag beschrijft de mogelijkheid tot parallellisatie van het algoritme dat zorg draagt voor het afleiden van regelgrafen.Uit de literatuur blijkt dat regelgrafen moeten worden opgedeeld in partities om dit algoritme te kunnen parallelliseren. Deze partities kunnen dan worden aangeboden aan de deelnemende processoren, waar een dynamisch load balancing systeem ervoor zorgt dat processoren aan het werk blijven.Uiteraard is ook communicatie en synchronisatie tussen de partities onderling nodig. De literatuur raadt aan om vanaf het begin hier goed op te letten. Dus op voorhand moeten al geen overduidelijke communicatie en synchronisatie bottlenecks worden gecreëerd. De literatuur waarschuwt echter ook duidelijk om van te voren niet alle bottlenecks te willen vermijden; het is beter om achteraf te meten waar bottlenecks zitten, en deze dan gericht te verhelpen.Op basis van deze informatie vanuit de literatuur is een software voor een parallelle afleiding geschreven en zijn hier experimenten mee uitgevoerd om de onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden.Uit deze experimenten blijkt dat het afleidingsalgoritme door parallelliseren een factor 2.4 versneld wordt. Wat ook uit de metingen blijkt, is dat de efficiëntie maar 25% is; dus 75% van de tijd verkeert een processor in een blocking toestand. Het blijkt dat veel processoren, veel partities en een lage verbondenheid de beste combinatie is om een zo hoog mogelijke versnelling te bereiken.Er zijn drie oorzaken aan te wijzen voor deze matige efficiëntie en de beperkte versnelling: 1) Tussen de partities zitten soms cycles. Daardoor moeten de partities iteratief verwerkt worden wat een sterk negatieve invloed heeft op de afleidingstijd. Een aanbeveling is dus om er zorg voor te dragen dat partities geen cycles hebben.2) Er liggen afhankelijkheden tussen de partities die ‘opgelost’ moeten worden voordat een volgende partitie verwerkt kan worden, wat ook een negatieve invloed heeft op de afleidingstijd. Dit gedrag is inherent aan regelgrafen. Duidelijk is wel dat grafen met een lage verbondenheid op dit punt de meeste parallellisatie winst kennen.3) Los van bovenstaande oorzaken bevinden de processoren zich namelijk vaak in een blokkerende toestand. Dit synchronisatie probleem zou in een vervolgonderzoek verder onderzocht kunnen worden.</description>
  </item>
  <item rdf:about="http://hdl.handle.net/1820/4068">
    <title>Reuse of thesauri by means of Semantic Web technology</title>
    <link>http://hdl.handle.net/1820/4068</link>
    <description>Title: Reuse of thesauri by means of Semantic Web technology&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Authors: De Winter, Bert&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Abstract: The purpose of this work was to investigate how ISO standard based thesauri can be reused by means of semantic web technology. Besides the proposal of a conversion method, the goal was also to investigate if it is possible to define a thesaurus meta model using RDF(S)/OWL in a way that generic reasoners are able to deliver the desired thesaurus services, for thesauri of realistic size as there is not much information available about this topic in literature. Focus was on the practical usefullness of the resulting thesaurus system and therefore a thesaurus of 15000 terms has been converted. The thesaurus services were tested using two OWL reasoners and two RDF reasoners.But both tested RDF(S) reasoners, CWM and Sesame, could deliver the desired thesaurus services also when a complete thesaurus of about 150.000 terms was loaded. A consequence of this approach is that some ‘knowledge’ of the thesaurus model which can only be described with OWL, must be hard coded in the application interfacing to the RDF(S) reasoner.</description>
  </item>
  <item rdf:about="http://hdl.handle.net/1820/4067">
    <title>Complexiteitreducerende maatregelen en concepten bij unit-, component- en integratietesten van objectgeoriënteerde systemen</title>
    <link>http://hdl.handle.net/1820/4067</link>
    <description>Title: Complexiteitreducerende maatregelen en concepten bij unit-, component- en integratietesten van objectgeoriënteerde systemen&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Authors: Simons, Jan&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Abstract: In dit werk wordt verslag uitgebracht over het onderzoek naar een set van maatregelen waarvan verwacht werd dat zij de complexiteit van unit-, component- en integratietesten zouden verlagen. Meer specifiek is hierbij gekeken naar een omgeving waar vooral Java en C# als programmeertalen worden gebruikt.Uit het gevoerde onderzoek blijkt dat een eerste belangrijke maatregel erin bestaat unit-, component- en integratietesten als structureel onderdeel van het ontwikkelproces in te richten. Automatische ondersteuning van dit deelproces is hierbij cruciaal. Parallel ontwikkelen van testsoftware en productiecode lijkt hier de meeste vruchten af te werpen. Het voortdurende voldoende afdekken van productiecode door testcode laat een continue kwaliteitscontrole tijdens het ontwikkelproces toe. De ondersteuning door een goed testraamwerk zoals JUnit en NUnit is hier zeer effectief gebleken.Omdat de inspanning geleverd bij unit-, component- en integratietesten voor het grootste gedeelte bestaat uit de testsoftwareontwikkeling zijn ook maatregelen nodig die het ontwerpen en implementeren van testsoftware minder complex maken. Uit de experimenten blijkt dat generische testtype-implementaties een complexiteit reducerend vermogen hebben. Niet alleen zorgen ze voor een globale reductie van het aantal regels code in een testsuite, ook de reductie van de cyclometrische complexiteit van testcase-implementaties is een gevolg. Uit proeven blijkt bovendien dat softwarepatronen een algemene belangrijke bijdrage kunnen leveren bij het reduceren van de complexiteit van testsoftwareontwikkeling. Zowel bij de specificatie, het ontwerp als de implementatie van testcases reiken ze algemene oplossingen aan. Naast de ontwerppatronen van de Gang Of Four , zijn de C# en Java idioms ToString en Equals en de testpatronen van Robert V.Binder belangrijke hulpmiddelen. Daarnaast tonen metingen aan dat het toepassen van recursieve groeperingconcepten die testcases en testsuites bundelen tot een abstracter geheel een complexiteitreducerend potentieel bezitten.Dit laatste blijkt niet alleen belangrijk te zijn bij het ontwerp van testsoftware. Meer nog tijdens de analyse van testresultaten blijken groeperingconcepten een fundamentele rol te spelen. Samen met het gebruik van assert-methoden, die doelgericht in testsoftware verwachte met actuele resultaten vergelijken, leveren zij de sleutels tot een overzichtelijke rapportering van testresultaten. Enkel de relevante gegevens worden zowel op het niveau van de globale allesomvattende testsuite als het niveau van individuele testcases in deze rapportering weergegeven.Tenslotte blijkt uit dit onderzoek dat heel wat gereedschap in de open-source gemeenschap kan worden gehaald die de samenstelling van een praktisch inzetbaar raamwerk voor unit-, component- en integratietesten mogelijk maakt. Een integratie met commerciële tools is hierbij perfect mogelijk.</description>
  </item>
  <item rdf:about="http://hdl.handle.net/1820/4055">
    <title>Vergelijkende studie van modelgebaseerde software engineering methodologieën in een architectuurgeoriënteerd ontwerp</title>
    <link>http://hdl.handle.net/1820/4055</link>
    <description>Title: Vergelijkende studie van modelgebaseerde software engineering methodologieën in een architectuurgeoriënteerd ontwerp&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Authors: Cornelis, Clem&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Abstract: De technische ontwikkeling van software is een ingewikkelde en tijdrovende activiteit die bestaat uit een proces, een architectuur en een notatie. Softwareontwikkelaars moeten oog hebben voor de waarde van deze aspecten om tot een 'goed' ontwerp van een grootschalig IT-project te kunnen komen.De evaluatie van methodologieën kan in de praktijk niet los staan van de visie die een organisatie of bedrijf op het gebruik van softwarearchitectuur en standaard ontwerpoplossingen heeft. Het is immers aan de organisatie om veel van de geschetste facetten door een eigen eisenpakket aan te scherpen tot criteria. Pas als het duidelijk is hoe bijvoorbeeld het gebruik van patronen binnen het organisatie-specifiek ontwikkelproces past, kunnen de verwachtingen voor ondersteuning een concrete vorm aannemen. Met een duidelijke visie en context kan de organisatie relevante facetten concretiseren in een evaluatiereferentiekader. In een dergelijk referentiekader worden de abstracte facetten concrete eisen en verwachtingen.</description>
  </item>
  <item rdf:about="http://hdl.handle.net/1820/4054">
    <title>Modelling Uncertainty in 3APL</title>
    <link>http://hdl.handle.net/1820/4054</link>
    <description>Title: Modelling Uncertainty in 3APL&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Authors: Kwisthout, Johan&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Abstract: In this thesis, the author investigates how the agent programming language 3APL can be enhanced to model uncertainty. Typically, agent programming languages such as 3APL that are based on beliefs, goals and intentions use logical formulae to represent their beliefs and reason on them. These formulae are either true or false (i.e. they are believed or not), and this limits the use of such agent programming languages in practical applications. While a lot of research has been done on the topic of reasoning with uncertainty the possible use of these methods in the field of agent programming languages such as 3APL has not been given much attention. The author investigates several methods (with a focus on Bayesian networks and Dempster-Shafer theory), and show that Dempster-Shafer theory is a promising method to use in agent programming. Particulary appealing in this theory is the ability to model ignorance, as well as uncertainty. Nevertheless, the combinatorial explosion of its combination rule and the issue of inconsistency (which are addressed in the thesis) are serious disadvantages of this theory for its practical application to agent programming. The author investigates a possible mapping of Dempster-Shafer sets to belief formulae in 3APL. With restrictions on the mass functions and on the frame of discernment, Dempster-Shafer theory is a convenient way to model uncertainty in agent beliefs. Because, with certain restrictions, mass values can be computed based on the beliefs in the belief base, we do not need to keep a combined mass function of n beliefs in memory and update it with each belief update. Therefore there is no combinational explosion. The author proposes a syntax and semantics for 3APL with uncertainty, and demonstrate a prototype Prolog implementation of the calculation of the certainty of a logical formula given a certain belief base.</description>
  </item>
  <item rdf:about="http://hdl.handle.net/1820/4053">
    <title>Separation of Concerns for Multimedia Publication in Heterogeneous Environments</title>
    <link>http://hdl.handle.net/1820/4053</link>
    <description>Title: Separation of Concerns for Multimedia Publication in Heterogeneous Environments&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Authors: Decneut, Stijn&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Abstract: A direct result of the approach in this thesis is that content creators need no longer bother with a multitude of client platform specifications and connecting networks. Their primary concerns are the multimedia applications they publish, the data formats in which those applications are stored and the way in which they are experienced by clients. The actual operations, that ensure a high quality of experience for the client, can be performed by other organisations that operate in the network. Naturally, these operations will be mostly based on guidelines provided by the multimedia creators.</description>
  </item>
  <item rdf:about="http://hdl.handle.net/1820/4052">
    <title>Het deskundigenoordeel door het UWV</title>
    <link>http://hdl.handle.net/1820/4052</link>
    <description>Title: Het deskundigenoordeel door het UWV&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Authors: Kamerling, Richard&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Abstract: In deze scriptie staat de positie centraal van de werknemer die beweert arbeidsongeschikt te zijn wegens ziekte, maar wiens bewering door de werkgever en/of de Arbo-dienst niet wordt gevolgd. Ten behoeve van dit soort situaties is door de wetgever het deskundigenoordeel (oorspronkelijk: second opinion) ingevoerd. De invoering hiervan was onderdeel van een grote operatie van het kabinet om de ziektewet te privatiseren met als doel het terugdringen van het ziekteverzuim en het beroep op de arbeidsongeschiktheidsverzekeringen. Daarbij werd een gemis geconstateerd in de wetgeving die het ingrijpen in de privatiseringsdrang van het kabinet nodig maakte, door een publiekrechtelijk middel.In de scriptie maak ik een analyse van de regeling zoals deze in de jaren negentig met de invoering van de wet Terugdringing Ziekteverzuim (wet TZ) en vervolgens de Wet Uitbreiding Loondoorbetalingsplicht bij Ziekte (WULBZ) van kracht is geworden. Ook de navolgende wijzigingen met, onder andere, de Wet verbetering poortwachter zijn in de analyse meegenomen.</description>
  </item>
  <item rdf:about="http://hdl.handle.net/1820/3968">
    <title>De relevantie van verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie voor de Nederlandse rechtsorde in het algemeen en de rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep in het bijzonder</title>
    <link>http://hdl.handle.net/1820/3968</link>
    <description>Title: De relevantie van verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie voor de Nederlandse rechtsorde in het algemeen en de rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep in het bijzonder&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Authors: Ubaghs, H.C.W.&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Abstract: In deze scriptie wordt verslag gedaan van een onderzoek naar de betekenis van verdragen en aanbevelingen die binnen de context van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) tot stand komen voor de Nederlandse rechtsorde in het algemeen en de rechtspraak door de Centrale Raad van beroep in het bijzonder. In de scriptie is in de eerste plaats aandacht besteed aan de aard, doelstelling en werkwijze van de IAO en het instrumentarium waarvan deze organisatie zich bedient voor de realisatie van de in het statuut en latere beginselverklaringen gespecificeerde doelen. In de tweede plaats is aandacht besteed aan de verdragen en aanbevelingen die binnen het kader van de IAO tot stand komen en het proces dat doorlopen wordt om deze verdragen en aanbevelingen binnen de Nederlandse rechtsorde werking te doen hebben. Tenslotte wordt door middel van een uitvoerige bespreking van enkele uitspraken van de Centrale Raad van Beroep inzicht verschaft in de reële betekenis van IAO-verdragen als toetsingskader voor de beslechting van geschillen binnen het brede beleidsterrein van de sociale zekerheid.</description>
  </item>
</rdf:RDF>


