<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns="http://purl.org/rss/1.0/" xmlns:taxo="http://purl.org/rss/1.0/modules/taxonomy/" xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/">
  <channel>
    <title>DSpace Collection: School of Management</title>
    <link>http://hdl.handle.net/1820/1303</link>
    <description />
    <items>
      <rdf:Seq>
        <rdf:li resource="http://hdl.handle.net/1820/1554" />
        <rdf:li resource="http://hdl.handle.net/1820/1537" />
        <rdf:li resource="http://hdl.handle.net/1820/1536" />
        <rdf:li resource="http://hdl.handle.net/1820/1534" />
      </rdf:Seq>
    </items>
  </channel>
  <textInput>
    <title>The Collection's search engine</title>
    <description>Search the Channel</description>
    <name>search</name>
    <link>http://dspace.ou.nl/simple-search</link>
  </textInput>
  <item rdf:about="http://hdl.handle.net/1820/1554">
    <title>Offshore softwareontwikkeling; onderzoek naar de succesfactoren</title>
    <link>http://hdl.handle.net/1820/1554</link>
    <description>Title: Offshore softwareontwikkeling; onderzoek naar de succesfactoren
&lt;br/&gt;
&lt;br/&gt;Authors: Hulst, VC van
&lt;br/&gt;
&lt;br/&gt;Abstract: Offshore softwareontwikkeling succes&#xD;
Offshore outsourcing van IT services is de afgelopen jaren continu blijven groeien (Erickson 2006). Ook voor 2008 voorspelt Gartner weer een sterke groei in Offshoring (Tucci 2007). Een IT service die veelvuldig in een Offshore setting plaatsvindt is softwareontwikkeling. Softwareontwikkeling projecten zijn vaak moeilijk te managen binnen de gestelde tijd en budget (Taylor 2006). Wanneer de softwareontwikkeling in een Offshore setting plaatsvindt, maakt dit het succesvol managen nog moeilijker. Dit onderzoek richt zich op Offshore softwareontwikkeling succes en het managen van de succesfactoren die hieraan ten grondslag liggen.&#xD;
Het succes van Offshore softwareontwikkeling is afhankelijk van vele factoren. In dit onderzoek ligt de focus op de succesfactoren Culture, Communication, en Coordination and Control (Mathrani 2005). Dit zijn factoren die veelvuldig genoemd worden als belangrijke succesfactoren in vergelijkbare wetenschappelijke onderzoeken.&#xD;
Doel- en vraagstelling&#xD;
Het doel van het onderzoek is het toetsen van de bruikbaarheid van een diagnostisch instrument dat is gebaseerd op de succesfactoren van Offshore softwareontwikkeling van Mahtrani et al. (Mathrani 2005), door een beschrijving en beoordeling te geven van het succes van Offshore softwareontwikkeling bij het Offshore softwareontwikkelingproject ‘DLTVN’ (‘De Langste Trein Van Nederland’)1.&#xD;
Voor het afstudeeronderzoek zijn de volgende twee centrale vragen gedefinieerd:&#xD;
1. Hoe ziet een diagnostisch instrument eruit dat gebaseerd is op succesfactoren bij Offshore softwareontwikkeling?&#xD;
2. Wat is de bruikbaarheid van dit diagnostisch instrument indien toegepast op het Offshore softwareontwikkelingsproject ‘DLTVN’ (‘De Langste Trein Van Nederland’)&#xD;
Hieruit zijn de volgende deelvragen afgeleid:&#xD;
• In hoeverre is er sprake van softwareontwikkeling succes vanuit Business perspective in de praktijkcasus ‘DLTVN’?&#xD;
• In hoeverre is er sprake van softwareontwikkeling succes vanuit User perspective in de praktijkcasus ‘DLTVN’?&#xD;
• Wat is de bijdrage van de succesfactor Culture op het Offshore softwareontwikkeling succes in de praktijkcasus ‘DLTVN’ en in hoeverre is deze bijdrage beïnvloedbaar door het management?&#xD;
• Wat is de bijdrage van de succesfactor Communication op het Offshore softwareontwikkeling succes in de praktijkcasus ‘DLTVN’ en in hoeverre is deze bijdrage beïnvloedbaar door het management?&#xD;
• Wat is de bijdrage van de succesfactor Coordination and Control op het Offshore softwareontwikkeling succes in de praktijkcasus ‘DLTVN’ en in hoeverre is deze bijdrage beïnvloedbaar door het management?&#xD;
1 Zie bijlage 1 voor casusbeschrijving&#xD;
Samenvatting&#xD;
• Hoe worden de resultaten van de diagnose beoordeeld door de bij het Offshore softwareontwikkelingsproject ‘DLTVN’ betrokken actoren?&#xD;
Voor beantwoording van de eerste centrale onderzoeksvraag is een literatuurstudie verricht. Op basis van de literatuurstudie is onderstaand conceptueel model opgesteld.&#xD;
Figuur 1: Conceptueel model praktijkonderzoek (Lee 1999; Mathrani 2005)&#xD;
Op basis van dit conceptueel model zijn onderstaande vier hypothesen afgeleid. Deze hypothesen zijn tijdens het onderzoek getoetst. Het conceptueel model in combinatie met de hypothesen vormen het diagnostisch instrument.&#xD;
De getoetste hypothesen luiden als volgt:&#xD;
• H1: De bij het ‘DLTVN’ project betrokken actoren kunnen het Offshore softwareontwikkeling succes (vanuit zowel Business perspective als User perspective) beïnvloeden door passende aandacht te besteden aan de succesfactoren Culture, Coordination en Coordination and Control.&#xD;
• H2: Culture heeft een positieve invloed op Offshore softwareontwikkeling succes vanuit zowel Business perspective als User perspective.&#xD;
• H3: Communication heeft een positieve invloed op Offshore softwareontwikkeling succes vanuit zowel Business perspective als User perspective.&#xD;
• H4: Coordination and Control heeft een positieve invloed op Offshore softwareontwikkeling succes vanuit zowel Business perspective als User perspective.&#xD;
&#xD;
Samenvatting&#xD;
Onderzoeksmethode&#xD;
Voor het beantwoorden van de onderzoeksvragen is een kwalitatief onderzoek verricht op basis van een enkelvoudige casestudy. Naast individuele diepte-interviews op locatie met alle bij de casus betrokken actoren, is ook gebruik gemaakt van inhoudsanalyse met als databronnen alle beschikbare projectdocumentatie, email en Skype-logbestanden.&#xD;
Voor de inhoudsanalyse zijn dertig bronnen geselecteerd die van toepassing zijn in dit onderzoek. Vergelijkbare bronnen zijn samengevoegd en vervolgens gecodeerd. Per broncode is bepaald tot welke topics uit het categorieënstelsel2 het behoort en is het vervolgens beoordeeld. Per categorie wordt er een totaaltelling gedaan van het aantal positief en negatief beoordeelde bronnen. Deze totaaltellingen zijn vervolgens geïnterpreteerd.&#xD;
In totaal zijn er vier diepte-interviews afgenomen. Direct na het afnemen van een diepte-interview werd deze uitgewerkt in het daarvoor ontwikkelde vragenlijstsjabloon3. De antwoorden van de respondenten zijn vervolgens naast elkaar gelegd om de uitkomsten, overeenkomsten en verschillen te analyseren.&#xD;
Resultaten en conclusies&#xD;
De onderzoeksresultaten tonen dat er in de ‘DLTVN’-casus sprake is van Offshore softwareontwikkeling succes vanuit Business perspective en een gematigd succes vanuit User perspective. Alle getoetste succesfactoren blijken een positieve relatie te hebben met Offshore softwareontwikkeling succes zowel vanuit Business perspective als vanuit User perspective.&#xD;
De bijdrage van de succesfactoren Culture, Communication en Coordination and Control op het Offshore softwareontwikkeling succes in de praktijkcasus ‘DLTVN’ is als volgt:&#xD;
• De beoordeling van Culture verandert gedurende het project. In het begin van het project moeten beide partijen erg aan elkaar wennen maar als dit eenmaal het geval is worden de topics behorende bij Culture positiever beoordeeld. Op basis van zowel de inhoudsanalyse als de analyse van de diepte-interviews kan geconcludeerd worden dat voornamelijk aan het eind van het project Culture een positieve bijdrage heeft geleverd aan het Offshore softwareontwikkeling succes in de praktijkcasus ‘DLTVN’.&#xD;
• De onderzoeksresultaten laten zien dat in de praktijkcasus Communication een leerproces is. Men is tevreden over de gebruikte communicatiemethoden maar de tijdigheid, nauwkeurigheid, compleetheid en geloofwaardigheid van informatie laten vooral in het begin van het project nog te wensen over. Naarmate het project vordert, is te zien dat er gewenning optreedt op het gebied van de manier van communiceren vanuit India en dat zorgt ervoor dat Communication positiever beoordeeld wordt. Dit heeft positief bijgedragen aan het Offshore softwareontwikkeling succes in de praktijkcasus ‘DLTVN'.&#xD;
2 Zie bijlage 2 voor categorieënstelsel&#xD;
3 Zie bijlage 3 voor vragenlijstsjabloon 5&#xD;
Samenvatting&#xD;
• Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat alle getoetste topics op het gebied van Coordination and Control als positief beoordeeld worden en dus allemaal een positieve bijdrage hebben geleverd aan het Offshore softwareontwikkeling succes in de praktijkcasus ‘DLTVN’.&#xD;
De succesfactoren blijken als volgt beïnvloedbaar door het management:&#xD;
• Uit dit onderzoek blijkt dat het kan voorkomen dat in een andere cultuur problemen niet graag gemeld worden. Men wacht hier zo lang mogelijk mee. Soms zo lang dat het zeer moeilijk is om het probleem nog (tijdig) op te lossen. Ook worden vragen regelmatig met ‘Ja’ beantwoord terwijl er eigenlijk ‘Nee’ bedoeld wordt. Bij aanvang van een project dient het management zich al bewust te zijn van eventuele cultuurverschillen. Wanneer het management hier op inspeelt door de planning scherp in de gaten te houden door regelmatige terugkoppeling, zal dit Culture positief beïnvloeden.&#xD;
• Uit de onderzoekresultaten blijkt dat (net zoals bij succesfactor Culture) het voor het managen van het project van belang is om te realiseren dat een ‘Ja’ in sommige gevallen als ‘Nee’ bedoeld wordt. Wanneer hier rekening mee gehouden wordt en naar gehandeld wordt, zal dit Communication positief beïnvloeden. Vanuit India wachten ze in sommige gevallen te lang met het communiceren van een probleem waardoor planningen in gevaar kunnen komen. Om dit te voorkomen dient het management communicatie omtrent de voortgang zeer scherp in de gaten te houden zodat problemen en dus ook vertragingen eerder aan het licht komen. Dit zal Communication positief beïnvloeden.&#xD;
• Voor het managen van het project is het van belang gebleken dat er voldoende handvatten aanwezig zijn om de Offshore softwareontwikkeling in goede banen te leiden. Het management kan de bijdrage van Coordination and Control op Offshore softwareontwikkeling succes positief beïnvloeden door te zorgen voor voldoende projectgerelateerde documentatie, frequente statusmeetings en een goed coördinatie mechanisme om problemen op te lossen.&#xD;
De bij het onderzoek betrokken actoren beoordelen de resultaten van de diagnose als zeer herkenbaar. De diagnose heeft ze bewuster gemaakt van het belang van het kennen van de cultuur van de Offshore partij omdat dit direct blijkt in te grijpen op de verschillende succesfactoren van Offshore softwareontwikkeling. Deze inzichten zullen bij vervolgprojecten ingezet worden om zo de kans op Offshore softwareontwikkeling succes te vergroten.&#xD;
Alle vier de hypothesen zijn getoetst tijdens het onderzoek. De onderzoeksresultaten laten zien dat alle hypothesen kloppen en dat het conceptueel model een juiste weergave van de werkelijkheid geeft. Op basis van deze resultaten kan geconcludeerd worden dat het conceptueel model in combinatie met de vier hypothesen goed bruikbaar is als diagnostisch instrument in de ‘DLTVN’-casus.&#xD;
Samenvatting&#xD;
Discussie&#xD;
Door gebruik te maken van maar één praktijkcasus is de externe validiteit van het onderzoek gering. Omdat er maar één project bestudeerd wordt is het moeilijk om de bevindingen van toepassing te verklaren op vergelijkbare situaties (Verschuren 2000). De betrouwbaarheid van de resultaten wordt vergroot door het feit dat de resultaten aansluiten op de onderzoeksresultaten van vergelijkbare onderzoeken van Mathrani et al. (Mathrani 2005) en Lee et al. (Lee 1999). Om externe validiteit van het diagnostisch instrument te vergroten is vervolg onderzoek gewenst.&#xD;
Op basis van de onderzoeksresultaten lijkt er een relatie te zijn tussen de matig positieve beoordeling van Offshore softwareontwikkeling succes vanuit User Perspective en verschillende topics behorende bij Culture en Communication. De topics behorende bij deze succesfactoren die negatief beoordeeld worden zijn op het eerste oog gerelateerd aan negatief beoordeelde topics behorende tot Offshore softwareontwikkeling succes op basis van User perspective. Uit eventueel vervolg onderzoek zal moeten blijken of deze gesuggereerde relatie daadwerkelijk klopt.</description>
  </item>
  <item rdf:about="http://hdl.handle.net/1820/1537">
    <title>Effectieve verandermanagers bij de Koninklijke Marine</title>
    <link>http://hdl.handle.net/1820/1537</link>
    <description>Title: Effectieve verandermanagers bij de Koninklijke Marine
&lt;br/&gt;
&lt;br/&gt;Authors: Scheepens, Haakon
&lt;br/&gt;
&lt;br/&gt;Abstract: Dit onderzoek kan worden omschreven als beschrijvend onderzoek naar de aanwezigheid van specifieke competenties bij effectieve verandermanagers werkzaam op het middenniveau, in het bijzonder binnen de krijgsmacht. Het doel van dit onderzoek is het aanreiken van één of meerdere mogelijkheden aan het CZSK om de effectiviteit van verandermanagement in het algemeen en verandertrajecten en projecten in het bijzonder te vergroten. Met deze resultaten moet het voor CZSK in de toekomst mogelijk zijn de kans van slagen van verandertrajecten te vergroten. De centralevraag die in het kader van dit onderzoek zal worden beantwoord luidt: “Welke competenties zijn kenmerkend voor effectieve verandermanagers op het midden niveau binnen CZSK.”&#xD;
Omdat uit de vraagstelling bleek dat er een inventarisatie van de onderzoeksverschijnselen nodig was, is gekozen voor een kwalitatief survey-ondezoek. Voor het verzamelen van de data is gebruik gemaakt van mondelinge individuele interviews.&#xD;
De interviews hebben een aantal interessante resultaten opgeleverd. Ten eerste kan worden gesteld dat er daadwerkelijk een verschil te zien was tussen de groep die als niet effectief beschouwd is en de effectieve groep. Uit de resultaten valt verder te concluderen dat de competenties die kenmerkend zijn voor effectieve verandermanagers op het midden niveau binnen het CZSK de volgende zijn:&#xD;
1. In zeer hoge mate: visie, overtuigingskracht en communicatie,&#xD;
2. in hoge mate: analyseren, durf en inter-persoonlijke sensitiviteit (IPS),&#xD;
3. beperkt: plannen en organiseren.&#xD;
Hierbij valt op dat de competenties, die bij defensie onder interpersoonlijke effectiviteit (IPE) vallen, erg sterk vertegenwoordigd zijn met uitzondering van samenwerken. De IPE competenties in combinatie met het genoemde charisma geven een beeld van een verandermanager die boven de groep staat, een leider. Deze leider beschikt over analytisch vermogen en visie. Plannen en organiseren is van minder belang dan bovengenoemde competenties.&#xD;
De resultaten gevonden in het bedrijfsleven (het literatuuronderzoek) geven een aantal competenties die meer verspreid zijn over de clusters. De vermoedelijke oorzaak hiervoor is het feit dat veranderingen in het bedrijfsleven winstgedreven zijn. Ook wordt hier wellicht meer gewerkt met financiële ‘incentives’. Binnen CZSK bestaat zoals overal weerstand tegen veranderen. Door het ontbreken van het winstmotief en de financiële prikkels is de enige motivatie voor veranderen dat de werkinhoud, het werkresultaat of de processen na verandering beter zullen zijn. Het vertrouwen in de leiding, en dus de verandermanager, lijkt hierbij een cruciale rol te spelen.&#xD;
Met deze resultaten moet het voor CZSK in de toekomst mogelijk zijn de kans van slagen van verandertrajecten te vergroten. In het kader van de doelstelling is het advies aan het CZSK om waar mogelijk bij verandertrajecten de verandermanagers op het midden niveau te selecteren op de genoemde competenties. Bij plaatsingen van de managers op het middenniveau kan hier ook al rekening mee gehouden worden; omvat de functie veel verandermanagement of projectmatig werken kan hier het best een manager op het midden niveau bij gevonden worden met genoemde competenties. De resultaten zijn te generaliseren naar de overige krijgsmachtdelen binnen Nederland. Door het vergroten van het succes van verandertrajecten wordt de operationele gereedheid vergroot en het zal positieve effecten hebben op de het personeel doordat de motivatie omhoog gaat.&#xD;
Een interessante vraag voor vervolgonderzoek is: hoe kan de kennis over competenties en effectiviteit van managers op het midden niveau worden geïmplementeerd in de organisatie?</description>
  </item>
  <item rdf:about="http://hdl.handle.net/1820/1536">
    <title>Hebben persoonlijkheidskenmerken van de controller een modererende invloedop de rolontwikkeling van de controller als gevolg van ERP-systeemontwikkelingen?</title>
    <link>http://hdl.handle.net/1820/1536</link>
    <description>Title: Hebben persoonlijkheidskenmerken van de controller een modererende invloedop de rolontwikkeling van de controller als gevolg van ERP-systeemontwikkelingen?
&lt;br/&gt;
&lt;br/&gt;Authors: Vriens, AMA
&lt;br/&gt;
&lt;br/&gt;Abstract: ﻿﻿Verandert de rol van de controller? Dit is nog steeds een actuele vraag in de 	 &#xD;
wetenschappelijke literatuur. Met deze scriptie wordt een bescheiden bijdrage geleverd aan 	 &#xD;
het onderzoek naar de veranderende rol van de controller binnen de literatuur. Verder wordt nagegaan of persoonlijkheidskenmerken van de controller een modererende rol spelen tussen ERP-systeemontwikkelingen binnen management control en een eventuele rolverandering van de controller. Voor dit laatste is gebruik gemaakt van de controllerenquête 2007 en voor het 	 &#xD;
eerste is een uitgebreide literatuurstudie uitgevoerd. 	 &#xD;
Begripsdefinitie is een belangrijk item binnen ieder onderzoek. Verschillende auteurs associëren het begrip controller met verschillende activiteiten. Dit is mogelijk doordat de controllerfunctie diverse taken omvat, die vaak door meerdere personen worden uitgevoerd. 	 &#xD;
Dit rechtvaardigt misschien ook het feit dat veel auteurs de rollen of typeringen van de &#xD;
controller in een tweedeling vermelden (bijvoorbeeld: een watchman en een information adapter). Sathe combineert wel de tweedeling van de controllerfunctie in één persoon en noemt deze de strong controller. Bij het lezen dient men er dan ook rekening mee te houden dat de gehanteerde onderstaande definitie van controller een brede definitie is die niet in alle gevallen overeenkomt met wat de diverse auteurs bedoelen als zij schrijven over de controller in hun artikelen. De gehanteerde definitie in dit onderzoek voor de controller luidt: 	 &#xD;
“Een controller ondersteunt en adviseert het management van een organisatie in het bereiken van zijn/haar economische, publieke en/of financiële doelen. Management omvat planning, control en besluitvorming. Ondersteuning wordt geïnterpreteerd in termen van ontwikkeling en onderhoud van ‘accounting information systems’ en het verkrijgen en distribueren van informatie.”  &#xD;
In de literatuur wordt veelvuldig geschreven over een verandering van de controllerrol. Veelal gaat het om een verschuiving van taken als traditionele vastlegging, administratie en interne rapportage richting managementassistentie door consult en analyse/rapportage (servicegerichtheid). Als externe factoren die van invloed zijn, worden genoemd: 	 &#xD;
globalisering, technologie en organisatiestructuur. Interne factoren zijn bijvoorbeeld de verwachtingen van het management evenals de motivatie en persoonlijkheidskenmerken van 	 &#xD;
de controller. Uit onderzoek van Verstegen et al. (2005) blijkt ondermeer dat sommige &#xD;
persoonlijkheidskenmerken en de ict-ontwikkeling op ‘control’ van invloed zijn op de classificatie van de controller. In deze scriptie wordt nagegaan of deze invloeden ook in de controllerenquête 2007 zijn waar te nemen en wel door de ict-ontwikkelingen te concretiseren als ERP-systeemontwikkelingen en door het opnemen van persoonlijkheidskenmerken als 	 &#xD;
modererende variabelen. In het onderzoek van Verstegen et al. (2005) zijn geen interactie-&#xD;
effecten opgenomen. 	 &#xD;
In de controllerenquête 2007 wordt respondenten o.a. gevraagd naar: 	 &#xD;
-het huidige werkveld d.m.v. een activiteitenlijst van 37 activiteiten, bronnen, technieken en wijzen van aanpak;  &#xD;
-het werkveld van drie jaar geleden d.m.v. bovenvermelde activiteitenlijst als de 	 &#xD;
respondent minimaal drie jaar als controller werkzaam is bij zijn huidige werkgever;  &#xD;
-implementatie of aanzienlijke verandering in een ERP-systeem; 	 &#xD;
-persoonlijkheidskenmerken in de vorm van bipolaire kenmerken. 	 &#xD;
Op zowel de huidige als de activiteitenlijst van drie jaar geleden is via statistische analyse een tweetal typen (clusters) van controllers onderscheiden. Er is zo voor elke respondent die de beide activiteitenlijsten heeft ingevuld (en niet als outlier is verwijderd) een vergelijking  &#xD;
tussen nu en drie jaar geleden mogelijk. Interactie-effecten zijn berekend door implementatie van of aanzienlijke verandering in een ERP-systeem te koppelen aan persoonlijkheidskenmerken en deze als variabelen in de logistische regressievergelijking op te nemen. 	 &#xD;
De logistische regressievergelijking geeft aan dat een tweetal paren van 	 &#xD;
persoonlijkheidskenmerken van invloed zijn op de rolverandering van de controller als gevolg van ERP-systeemontwikkelingen. Deze paren van persoonlijkheidskenmerken zijn:  &#xD;
1. doener versus denker, en 	 &#xD;
2. egoïstisch versus onzelfzuchtig. 	 &#xD;
Er kan geconcludeerd worden dat voor: 	 &#xD;
-een controller die zichzelf meer als denker beschouwt de controllerrol minder snel 	 &#xD;
verandert dan wanneer deze controller zichzelf meer als doener beschouwt; 	 &#xD;
-een controller die zichzelf meer als egoïstisch beschouwt de controllerrol minder snel verandert dan wanneer deze controller zichzelf meer als onzelfzuchtig beschouwt. &#xD;
Ondersteuning in de literatuur vindt men ondermeer in het feit dat Sathe een doener koppelt aan de strong controller en dat Jablonsky van de business advocate een actievere houding verwacht ten opzichte van de corporate policeman. Verder schrijven veel auteurs over de verandering van de controllerrol in samenhang met de persoonlijkheidskenmerken van de controller dat communicatie en team working skills belangrijk zijn. Voor servicegerichtheid is  &#xD;
het waarschijnlijk minder gepast om egoïstisch gedrag te vertonen. 	 &#xD;
De conclusies uit dit onderzoek zijn niet zonder meer te generaliseren. Naast het aspect of de onderzochte groep representatief is voor de te generaliseren groep (bijvoorbeeld de Nederlandse controller) is bij de binomiaaltoets de nulhypothese verworpen. Dit betekent dat  &#xD;
de proportie ‘controllerrol gewijzigd’ (de zgn. testproportie) voor de gehele steekproefgroep anders is dan de proportie ‘controllerrol gewijzigd’ van de groep controllers die bij de 	 &#xD;
regressievergelijking is meegenomen. Verder is er met betrekking tot betrouwbaarheid en  &#xD;
validiteit op te merken dat: 	 &#xD;
-voor wat betreft het laatste geldt dat niet alleen ERP-systeemontwikkelingen van 	 &#xD;
invloed zijn op de rolontwikkeling van de controller (wetgeving kan bijvoorbeeld van  &#xD;
invloed zijn) en -voor wat betreft het eerste geldt dat niet alle constructen van Goldberg die de persoonlijkheidskenmerken weergeven zijn teruggevonden.</description>
  </item>
  <item rdf:about="http://hdl.handle.net/1820/1534">
    <title>Dworking Interpretatieve theorie en het Natuurrecht</title>
    <link>http://hdl.handle.net/1820/1534</link>
    <description>Title: Dworking Interpretatieve theorie en het Natuurrecht
&lt;br/&gt;
&lt;br/&gt;Authors: Allan, RJ</description>
  </item>
</rdf:RDF>

