<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss xmlns:taxo="http://purl.org/rss/1.0/modules/taxonomy/" xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/" version="2.0">
  <channel>
    <title>DSpace Community: e. Psychology</title>
    <link>http://hdl.handle.net/1820/1020</link>
    <description />
    <textInput>
      <title>The Community's search engine</title>
      <description>Search the Channel</description>
      <name>search</name>
      <link>http://dspace.ou.nl/simple-search</link>
    </textInput>
    <item>
      <title>ONDERWIJSPSYCHOLOGIE: EPILOOG</title>
      <link>http://hdl.handle.net/1820/1515</link>
      <description>Title: ONDERWIJSPSYCHOLOGIE: EPILOOG
&lt;br/&gt;
&lt;br/&gt;Authors: TOMIC, W.; SPAN, P.
&lt;br/&gt;
&lt;br/&gt;Abstract: no abstract</description>
      <pubDate>Thu, 29 Oct 1992 22:58:59 GMT</pubDate>
    </item>
    <item>
      <title>LERAARSGEDRAG EN LEERRESULTATEN VAN LEERLINGEN</title>
      <link>http://hdl.handle.net/1820/1514</link>
      <description>Title: LERAARSGEDRAG EN LEERRESULTATEN VAN LEERLINGEN
&lt;br/&gt;
&lt;br/&gt;Authors: TOMIC, W.
&lt;br/&gt;
&lt;br/&gt;Abstract: Over de kwaliteit van het onderwijs wordt verschillend gedacht. De school, en daarmee de leraar, vervult een belangrijke functie bij de toename van kennis, vaardigheden en inzichten, zowel in het cognitieve als het affectieve domein. Het is zowel theoretisch als praktisch relevant te achterhalen welke leraarsgedragingen de gewenste leerresultaten bewerkstelligen. Het proces-produkt-onderzoekprogramma is gericht op het achterhalen van leraarsgedragingen die hand in hand gaan met goede leerresultaten. Tot op heden is het frontaal klassikaal onderwijs de meest voorkomende vorm in de onderwijsleersituatie op school. Rivaliserende onderwijsvormen zijn er kennelijk niet. Leraren nemen in het onderwijsleerproces een zeer centrale plaats in, terwijl hun rol daarin directief en actief is. Het concept effectief leraarsgedrag heeft betrekking op de effecten die dit gedrag heeft op de resultaten van leerlingen. Het leraarsgedrag is de onafhankelijke variabele en de leerresultaten vormen de afhankelijke variabele. Dat betekent dat de leerresultaten een indicatie zijn van de effectiviteit van het leraarsgedrag. Het proces-produkt-onderzoeksprogramma, dat de vraag wil beantwoorden of en in hoeverre de leraarsgedragingen de gewenste leerresultaten bewerkstelligen, valt binnen de confirmatieve opvatting van onderzoek. Onderzoekers die deze opvatting huldigen, streven objectiviteit na. Door operationalisering van concepten wordt de kans op subjectiviteit en onverifieerbaarheid verkleind. Aan de hand van hypothesen, die afgeleid zijn uit een theorie, worden empirische gegevens verzameld. Door middel van statistische analyse proberen onderzoekers de hypothese te bevestigen dan wel te verwerpen. Het proces-produkt-onderzoek kent de volgende stappen: Ten eerste vindt registratie van gedrag plaats door middel van een observatie-instrument. Ten tweede worden samenhangen bepaald tussen geobserveerd leraarsgedrag en eerresultaten van leerlingen. Ten derde wordt een training ontworpen op grond van groepen van geïdentificeerde gedragingen die een positieve samenhang vertonen met de leerresultaten. Ten vierde worden experimentele of quasi experimentele onderzoekopzetten gebruikt om de noodzakelijke variatie in die groepen van gedragingen te doen ontstaan, teneinde op een adequate manier de causale relatie tussen leraarsgedrag en leerresultaten van leerlingen te kunnen onderzoeken. Voorbereidende activiteiten en het nemen van bepaalde beslissingen die niet direct met instructie te maken hebben, maar wel noodzakelijk zijn voor het creëren van adequate condities voor het onderwijsleerproces, hebben een positief effect op de resultaten van leerlingen. Nog enkele effectieve leraarsgedragingen zijn: het bepalen van het niveau en de leerbehoefte van de leerlingen, het veelvuldig beoordelen van leerlingen en de keuze van de te behandelen onderwerpen. Ter voorkoming van wanorde dienen preventieve maatregelen getroffen te worden, zoals het opstellen van regels en procedures aan het begin van het schooljaar. Tijdens interactie met de leerlingen moet de leraar in staat zijn verschillende dingen tegelijkertijd te doen. Niet alleen moet hij communiceren met de leerlingen, hij of zij dient ook te weten waar iedere leerling mee bezig is. Variatie in en een soepele overgang tussen de activiteiten is bevorderlijk voor de leerresultaten. Een optimaal gebruik van de roostertijd om leerlingen te onderwijzen, en een optimaal gebruik van de roostertijd door de leerlingen om vakinhoudelijke zaken te leren, een voldoende behandeling van de leerstofinhoud en het tempo maken of de vaart erin houden, gaan hand in hand met betere leerresultaten. De bevindingen van proces-produkt-onderzoek maken aannemelijk dat een verantwoorde les opgebouwd kan zijn uit vijf componenten. Ten eerste dient er een bespreking van het gemaakte huiswerk plaats te vinden en een herhaling van de leerstof die kort geleden behandeld is. Ten tweede dient nieuwe leerstof aangeboden en uitgelegd te worden. Belangrijke leraarsgedragingen hierbij zijn: structureren, stapsgewijze aanbieding van de leerstof, redundante uitleg, veelvuldige controle door het stellen van vragen waarbij adequate reacties op antwoorden van leerlingen belangrijk zijn. Ten derde dienen leerlingen de gelegenheid te krijgen tot oefenen. De oefenactiviteiten dienen onder leiding van de leraar plaats te vinden. Ten vierde is zelfwerkzaamheid van leerlingen van belang ter bevordering van gewenste leerresultaten. Huiswerk is hier een belangrijke vorm van. Zelfwerkzaamheid is effectief wanneer het door de leraar voorbereid wordt en verdeeld over de les plaatsvindt. Ten vijfde blijkt uit proces-produkt-onderzoek dat leerstof veelvuldig herhaald en kennis veelvuldig getoetst moet worden. De effectief gebleken leraarsgedragingen zijn vrij stabiel, en meer algemeen dan vakspecifiek van aard. Het vak dat onderwezen wordt, heeft waarschijnlijk invloed op sommige componenten van de lesopbouw. Er is geen universele definitie van een uitstekende, goede of effectieve leraar. Ofschoon het doceren, het geven van uitleg en de zelfwerkzaamheid de overheersende onderwijswerkvormen zijn, blijken er nauwelijks aanwijzingen te zijn voor de veronderstelling dat veranderingen daarin betere leerresultaten tot gevolg zouden hebben.</description>
      <pubDate>Thu, 29 Oct 1992 22:58:59 GMT</pubDate>
    </item>
    <item>
      <title>OPVATTINGEN OVER LEREN</title>
      <link>http://hdl.handle.net/1820/1513</link>
      <description>Title: OPVATTINGEN OVER LEREN
&lt;br/&gt;
&lt;br/&gt;Authors: TOMIC, W.; SPAN, P.
&lt;br/&gt;
&lt;br/&gt;Abstract: Het object van de onderwijspsychologie is de systematische bestudering van leerprocessen en van de factoren die daarop van invloed zijn. &#xD;
We gaven een beschrijving van de associationistische traditie in het onderwijs. De opvattingen die de associationisten hadden over het leren, waren gebaseerd op de zogenoemde associatieprincipes: contiguïteit, gelijkheid en contrast. De associationisten huldigden de empiristische opvatting, zij waren van mening dat al onze kennis verworven wordt door ervaring. Ebbinghaus, als exponent van de associationistische traditie, heeft als eerste experimenteel onderzoek gedaan naar het geheugen en het leren. Het belang van zijn werk is gelegen in het feit dat hij demonstreerde dat het complexe menselijke geheugen onderzoekbaar is. Een toepassing van de associationistische opvatting in het onderwijs illustreerden we aan de hand van de vijf 'stappen' van Herbart, die zouden leiden naar het verwerven van nieuwe kennis. Het bestaan van associaties wordt niet ontkend, maar het begrip 'associatie' als de belangrijkste verklaring voor het leren is achterhaald.              &#xD;
Ontevreden over het onderzoek naar mentale processen bij de mens, stelden Amerikaanse psychologen rond de eeuwwisseling voor om in plaats daarvan het waarneembare gedrag te bestuderen. Het methodologische standpunt van het behaviorisme betekende destijds een wetenschappelijke revolutie in de psychologiebeoefening. &#xD;
Alhoewel de verworvenheden van de behavioristische benadering voor het onderwijs vruchtbaar zijn gebleken, heeft het behaviorisme ons gedrag echter slechts in beperkte mate kunnen verklaren. Zo kunnen op het gebied van het leren lang niet alle gewenste gedragingen door een organisme verworven worden. De verwerving van taal kan onvoldoende verklaard worden. Evenmin kunnen problemen verklaard worden die zich manifesteren bij de samenwerking van mens en machine. De noodzaak ontstond om toch maar in de 'black box' te kijken, met andere woorden: om veronderstellingen te maken over processen die zich in onze hersenen afspelen.        &#xD;
De cognitieve psychologie heeft als object van studie alle mentale processen die betrokken zijn bij het opnemen, opslaan, terugvinden en gebruiken van informatie. Op dit moment heeft déze stroming in de onderwijspsychologie de meeste invloed. De cognitieve psychologie wil achterhalen hoe het gedrag van de mens tot stand komt. De belangstelling van onderzoekers is gericht op de organisatie en het gebruik van informatie. De mens is in interactie met de wereld om zich heen en wordt opgevat als een informatieverwerkend systeem. Belangrijke onderzoekmethoden van de cognitieve psychologie zijn de methode van de reactietijden en de protocolanalyse. Het onderzoek richt zich voornamelijk op rationele processen, wat tot gevolg heeft dat emotioneel gedrag van mensen nauwelijks aandacht krijgt.&#xD;
De ideeën van Vygotsky en zijn navolgers hebben gezorgd voor een hernieuwde opleving van het onderzoek naar de cognitieve ontwikkeling en het leren. In de Sovjet-Russische bijdrage aan de onderwijspsychologie staat het idee van de handeling centraal, met mentale activiteit als sleutelbegrip. Om de ideeën van Vygotsky in een kader te plaatsen, hebben we een beschrijving gegeven van de enig toegestane filosofische opvatting in de Sovjet-Unie, de daarmee samenhangende optimistische mensvisie en de negatieve gevolgen daarvan voor onderzoekactiviteiten. De optimistische mensvisie, die terug te voeren is op de theorie van Lamarck en op de grote invloed die men aan onderwijs toeschrijft, heeft een grote aantrekkingskracht uitgeoefend op onderwijspsychologen en pedagogen. &#xD;
Vygotsky's cultuurhistorische theorie van de hogere mentale functies vertoont enerzijds sporen van het marxisme-leninisme, anderzijds is de invloed van Häckels recapitulatietheorie merkbaar. Vygotsky's interiorisatiehypothese is door zijn medewerkers en navolgers verder uitgewerkt. Zowel zijn concept van zelfregulatie, vergelijkbaar met het concept metacognitie, als zijn vage beschrijving van het begrip 'zone van de naaste ontwikkeling' blijken een bron voor nieuw onderwijspsychologisch onderzoek te zijn.</description>
      <pubDate>Thu, 29 Oct 1992 22:58:59 GMT</pubDate>
    </item>
    <item>
      <title>CHANGING TEACHING FOR BETTER LEARNING</title>
      <link>http://hdl.handle.net/1820/1512</link>
      <description>Title: CHANGING TEACHING FOR BETTER LEARNING
&lt;br/&gt;
&lt;br/&gt;Authors: TOMIC, W.; VAN DER SIJDE, P.C.
&lt;br/&gt;
&lt;br/&gt;Abstract: What is it that teachers do that leads to student learning? How can we increase students' achievement and improve their attitudes? In order to improve the quality of education the authors focus on teaching/learning processes taking place in the traditional classroom situations. The study reported is the Dutch contribution to the IEA Classroom Environment Study: Teaching for learning, whose general objective is to identify alterable teaching behaviors that correlate with desirable cognitive and affective student learning outcomes, and to develop a training program that will recommend ways of organizing teaching/learning processes. Results show that even a short training course can successfully change the teachers' teaching script, and, subsequently their teaching behavior, which in turn influences student achievement.</description>
      <pubDate>Sat, 29 Oct 1988 22:58:59 GMT</pubDate>
    </item>
  </channel>
</rss>

