<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss xmlns:taxo="http://purl.org/rss/1.0/modules/taxonomy/" xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/" version="2.0">
  <channel>
    <title>DSpace Community: g. Master Thesis</title>
    <link>http://hdl.handle.net/1820/1157</link>
    <description />
    <textInput>
      <title>The Community's search engine</title>
      <description>Search the Channel</description>
      <name>search</name>
      <link>http://dspace.ou.nl/simple-search</link>
    </textInput>
    <item>
      <title>Effecten van een op MBSR gebaseerde training van hospicemedewerkers op burnout, compassionele vermoeidheid en compassionele tevredenheid. Een pilot studie.</title>
      <link>http://hdl.handle.net/1820/1566</link>
      <description>Title: Effecten van een op MBSR gebaseerde training van hospicemedewerkers op burnout, compassionele vermoeidheid en compassionele tevredenheid. Een pilot studie.
&lt;br/&gt;
&lt;br/&gt;Authors: Weber-Schaafsma, Margo
&lt;br/&gt;
&lt;br/&gt;Abstract: ﻿Achtergrond. &#xD;
Professionals en vrijwilligers werkzaam in een hospice bieden palliatieve zorg, medische bewaking en opvang in de laatste levensfase. Het gevoel dat ze niet altijd oplossingsgericht kunnen handelen, ervaren ze als een emotionele belasting. Ook de omgang met het leed van alle betrokkenen  &#xD;
blijkt belastend te zijn. (Keidel, 2002; Payne, 2000). De compassionele tevredenheid kan als gevolg van deze factoren verminderen en het risico kan ontstaan om burnout te raken. Bovendien kan er een verhoging optreden van de compassionele vermoeidheid.  &#xD;
Doel. &#xD;
Het onderzoeken van effecten van een training uitgaande van Mindfulness Based Stress Reduction op de onderdelen burnout, compassionele vermoeidheid en compassionele tevredenheid bij medewerkers en vrijwilligers van een hospice. 	 &#xD;
Procedure. &#xD;
Via de coördinator van een hospice is gevraagd informatie over dit onderzoek onder &#xD;
medewerkers en vrijwilligers te verspreiden, zodat zij zich voor deelname konden opgeven.  &#xD;
Methode.&#xD;
Het onderzoek is als pilot studie uitgevoerd. De effecten op de schalen burnout en compassionele vermoeidheid en -tevredenheid werden gemeten via de ’Compassion Satisfaction and 	 &#xD;
Fatigue Scale van Stamm en Figley (1995). Het onderzoek is opgezet als een één-groeps-voor- en nameting. De groep bestond uit 21 personen; 19 vrouwen en 2 mannen. De leeftijd varieerde van 37 tot 	 &#xD;
69 met een gemiddelde van 56,9 jaar. 	 &#xD;
Resultaten.&#xD;
21 deelnemers hebben aan de voor- en nameting meegedaan. Alleen op het onderdeel  &#xD;
compassionele tevredenheid is er sprake van een significante verbetering tussen de eerste en de tweede meting. De andere onderdelen zijn tussen de eerste en tweede meting niet significant verbeterd. 	 &#xD;
﻿Effecten van een op MBSR gebaseerde training van hospicemedewerkers op burnout, compassionele vermoeidheid en -tevredenheid. Een pilot studie. 	 &#xD;
Conclusie. &#xD;
Er is vastgesteld dat er door het volgen van een op MBSR gebaseerde training onder een  &#xD;
groep professionals en vrijwilligers van een hospice een significante verbetering in het onderdeel compassionele tevredenheid optreedt. De vraag is waaraan deze verandering kan worden toegeschreven. 	 &#xD;
Dit maakt nader onderzoek wenselijk.</description>
      <pubDate>Tue, 29 Jul 2008 22:58:59 GMT</pubDate>
    </item>
    <item>
      <title>De relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim</title>
      <link>http://hdl.handle.net/1820/1565</link>
      <description>Title: De relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim
&lt;br/&gt;
&lt;br/&gt;Authors: Schuur, Agnes van der
&lt;br/&gt;
&lt;br/&gt;Abstract: Achtergrond. &#xD;
Pesten op het werk is het laatste decennium een nieuw onderzoeksgebied geworden in vrijwel alle werelddelen. In een aantal onderzoeken is aangetoond dat pesten op het werk vaker voorkomt wanneer werknemers te maken hebben met een hoge werkdruk (Einarsen, Raknes &amp; Matthiesen, 1994; Hubert, Furda &amp; Steensma, 2001; Notelaers &amp; De Witte, 2001). In 2005 werkte ongeveer 32% van de Nederlandse werknemers vaak of altijd onder werkdruk (Houtman, Smulders &amp; Van den Bossche, 2006).&#xD;
Doel. &#xD;
In deze studie is onderzocht in hoeverre werkdruk een negatieve relatie heeft met ervaren gezondheid en een positieve relatie heeft met ziekteverzuim en in hoeverre gepest worden op het werk hierbij mogelijk een mediërend effect heeft.&#xD;
Deelnemers, procedure, onderzoeksontwerp. Door TNT post is een steekproef getrokken en aan 1000 personen met een leeftijd tussen 18 en 65 jaar werd een vragenlijst toegezonden. Deze personen voldeden aan de volgende criteria: minimaal 8 uur per week werken in een organisatie, een leidinggevende en collega’s hebben. Aan het onderzoek deden 361 respondenten mee (respons 36.1%). Hun gemiddelde leeftijd bedroeg 43.05 jaar met een standaarddeviatie van 10.32. Van de respondenten was 54.7% man en 45.3% vrouw.&#xD;
Meetinstrumenten.&#xD;
Werkdruk werd gemeten met 11 vragen uit de VBBA (Veldhoven, Meijman, Broersen en Fortuijn, 2002). De LEMS-II, de Leidse Mobbing Schaal (Hubert en Furda, 1996), werd gebruikt voor het meten van de mate van gepest worden op het werk. Om de ervaren gezondheid te meten, werd gebruik gemaakt van de korte VOEG, ontwikkeld door&#xD;
Dirksen (Joosten &amp; Drop, 1987).&#xD;
Resultaten. &#xD;
Er werd een significant verband gevonden tussen geslacht en gezondheidsklachten (vrouwen rapporten meer gezondheidsklachten dan mannen) en tussen leeftijd en gezondheidsklachten (jongere werknemers rapporteren meer gezondheidsklachten dan oudere werknemers). Er was een significant verband tussen gepest worden op het werk en werkdruk. Er bleek sprake van een significant verband tussen werkdruk en gezondheidsklachten, maar niet tussen werkdruk en ziekteverzuim. Wel werd een positieve relatie gevonden tussen gezondheidsklachten en ziekteverzuim. Tevens werd gevonden dat naarmate werknemers meer gepest worden op het werk, zij significant meer gezondheidsklachten rapporteerden. Een zwak mediërend effect van gepest worden op het werk op de relatie tussen werkdruk en ervaren gezondheid werd gevonden en een mediërend effect van gepest worden op de relatie tussen werkdruk en ziekteverzuim, kon in dit onderzoek niet worden aangetoond.&#xD;
Conclusie. Het onderzoek leverde een aantal resultaten op die aanleiding waren tot het doen van een aantal aanbevelingen voor onderzoek. Werkdruk en gepest worden leiden tot meer gezondheidsklachten, maar niet tot meer verzuim. Er worden aanbevelingen gedaan om de relatie tussen werkdruk en gepest worden op het werk nader te onderzoeken. Ook zijn enige maatregelen genoemd die kunnen worden opgenomen in een beleid om werkdruk en pestgedrag op het werk ter verminderen.</description>
      <pubDate>Tue, 02 Sep 2008 22:58:59 GMT</pubDate>
    </item>
    <item>
      <title>Loont Bedrog? Effecten van Fraude bij een Web-based intelligentietest</title>
      <link>http://hdl.handle.net/1820/1564</link>
      <description>Title: Loont Bedrog? Effecten van Fraude bij een Web-based intelligentietest
&lt;br/&gt;
&lt;br/&gt;Authors: Oud, Arjan NM
&lt;br/&gt;
&lt;br/&gt;Abstract: In de afgelopen jaren heeft het internet een steeds grotere impact gekregen op de praktijk van het afnemen van tests. Veel testaanbieders bieden hun intelligentietests en persoonlijkheidsvragenlijsten tegenwoordig online aan. Dat betekent in de praktijk dat men de tests bij de kandidaten thuis afneemt zonder supervisie, ook wel unproctored testing genoemd (Lievens, Van Dam &amp; Anderson, 2002). Dit biedt voordelen zoals lagere kosten en een hoger gebruiksgemak. Omdat het een nieuwe ontwikkeling is, bestaan er rond het online afnemen van tests echter ook nog veel vragen. Eén van die vragen heeft betrekking op de fraudegevoeligheid van unproctored online testafnames. Bartram (2005) stelde zijn lezers in een artikel over de invloed van internet op testen al de vraag of kandidaten bij het doen van online tests vals zullen spelen als zij in de gelegenheid zijn en of dit een effect zou hebben op de uitkomst van assessments.&#xD;
In dit onderzoek is onderzocht of een unproctored online intelligentietest gevoelig is voor fraude, en zo ja; in welke mate? Respondenten (N=431) werden in twee groepen ingedeeld: een ‘normale’ groep (N=253) die geen specifieke instructie kreeg voorafgaand aan de test en een fraudegroep (N=178) die voorafgaand aan de test werd geïnstrueerd om zo effectief mogelijk te frauderen. Beide groepen maakten vervolgens een online intelligentietest, afgeleid van de Q1000 intelligentietest van Meurs HRM.&#xD;
Uit de analyses van de gegevens blijkt dat een expliciete uitnodiging tot fraude een significant effect heeft op de scores op de online intelligentietest. De effectscore (Cohen, 1988) voor de totale test in de fraudeconditie bedraagt .40 ten opzichte van de score in de ‘normale’ groep. Voor de subtests varieerden de effecten van 0.09 voor Syllogismen tot 0.39 voor Vocabulaire. Verder bleek dat het aantal gebruikte fraudemiddelen een positief en significant verband heeft met het fraude-effect. Hoe meer fraudemiddelen men gebruikt, hoe hoger de score. In de discussie wordt ingegaan op de implicaties van de bevindingen in het onderzoek voor de selectiepraktijk en worden aanbevelingen gedaan voor maatregelen om fraude tegen te gaan en voor verder onderzoek.</description>
      <pubDate>Mon, 14 Jul 2008 22:58:59 GMT</pubDate>
    </item>
    <item>
      <title>Evaluatieonderzoek naar de effectiviteit van de zomercursus "Plezier op School" bij kinderen met verschillende mate van angstig en stemmingsverstoord gedrag en/of autistische gedragskenmerken</title>
      <link>http://hdl.handle.net/1820/1563</link>
      <description>Title: Evaluatieonderzoek naar de effectiviteit van de zomercursus "Plezier op School" bij kinderen met verschillende mate van angstig en stemmingsverstoord gedrag en/of autistische gedragskenmerken
&lt;br/&gt;
&lt;br/&gt;Authors: Hermes, Angélique
&lt;br/&gt;
&lt;br/&gt;Abstract: Om na te gaan wat de effecten zijn van de zomercursus ‘Plezier op School’ op sociale angst, sociale gedragsproblemen en het slachtoffer zijn van pesten, is onder 42 aanstaande brugklassers die in 2007 hebben deelgenomen aan deze cursus een evaluatiestudie uitgevoerd. De sociale leertheorie van Bandura (1977) werd gehanteerd als theoretisch kader. Als onderzoeksopzet is gekozen voor een quasi-experimenteel pretest-posttest design, met drie vergelijkingsgroepen: een groep kinderen met angstig en stemmingsverstoord gedrag, een groep kinderen met angstig en stemmingsverstoord gedrag gecombineerd met autistische gedragskenmerken en een groep kinderen die niet voldoet aan deze criteria. Voor het indelen van de groepen en het meten van de variabelen sociale angst en sociale gedragsproblemen is gebruik gemaakt van de Sociaal Emotionele Vragenlijst (SEV) (Scholte &amp; Van der Ploeg, 2005). Voor het meten van de variabele slachtoffer zijn van pesten is gebruik gemaakt van de Klasgenoten Relatie Vragenlijst – junior (KRV-J) (Liebrand, IJzendoorn &amp; Lieshout, 1992). De hypothesen werden getoetst met een eenzijdige Wilxocon rangteken toets en een tweezijdige Kruskal-Wallis toets. Er werd een significante afname gevonden van sociale angst, sociale gedragsproblemen en het slachtoffer zijn van pesten. Tussen de drie vergelijkingsgroepen werden geen significante verschillen gevonden, waardoor de cursus breed inzetbaar lijkt voor een grote groep kinderen. Het is wenselijk dat toekomstig onderzoek zich richt op het vergelijken van groepen kinderen met alle vier de clusters van de SEV als indelingskenmerk en op de kosteneffectiviteit van ‘Plezier op School’.</description>
      <pubDate>Fri, 29 Aug 2008 22:58:59 GMT</pubDate>
    </item>
  </channel>
</rss>

