<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss xmlns:taxo="http://purl.org/rss/1.0/modules/taxonomy/" xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/" version="2.0">
  <channel>
    <title>DSpace Collection: School of Law</title>
    <link>http://hdl.handle.net/1820/1302</link>
    <description />
    <textInput>
      <title>The Collection's search engine</title>
      <description>Search the Channel</description>
      <name>search</name>
      <link>http://dspace.ou.nl/simple-search</link>
    </textInput>
    <item>
      <title>Fundamentalisme en de vrijheid van meningsuiting; vallen fundamentalistische uitingen onder het bereik van het grondrecht vrijheid vanmeningsuiting en/of vrijheid van goedsdienst</title>
      <link>http://hdl.handle.net/1820/1553</link>
      <description>Title: Fundamentalisme en de vrijheid van meningsuiting; vallen fundamentalistische uitingen onder het bereik van het grondrecht vrijheid vanmeningsuiting en/of vrijheid van goedsdienst
&lt;br/&gt;
&lt;br/&gt;Authors: Snijders, MC
&lt;br/&gt;
&lt;br/&gt;Abstract: Fundamentalisme en de vrijheid van meningsuiting. Dit onderwerp staat sinds de&#xD;
moord op Theo van Gogh nog meer dan daarvoor in de belangstelling. Theo van Gogh wordt gezien als de verpersoonlijking van het recht op vrije meningsuiting. De moord op Theo van Gogh kan echter meer worden beschouwd als een uiting van radicaal fundamentalistische aard dan een aanslag op de vrijheid van meningsuiting.&#xD;
Fundamentalisme kan omschreven worden als bewegingen die op reactieve, radicale en soms militante wijze orthodoxe godsdienstige waarheden verdedigen en verbreiden. Radicalisme is te beschouwen als een geesteshouding waardoor de bereidheid ontstaat om de uiterste consequenties uit fundamentalistische denkwijzen te trekken en deze denkwijzen om te zetten in daden.&#xD;
Het grondrecht de vrijheid van meningsuiting heeft als grondslagen de betekenis die het grondrecht heeft voor het individu en voor de democratie. De godsdienstige en maatschappelijke ontwikkeling van het individu wordt mede mogelijk gemaakt door fundamentalistische uitingen. Bovendien vallen fundamentalistische uitingen onder het bereik van het grondrecht de vrijheid van meningsuiting als zij voldoen aan de criteria die het grondrecht aan uitingen stelt ongeacht de fundamentalistische inhoud van de uiting.&#xD;
Wanneer meerdere grondrechten gelijktijdig van toepassing zijn wordt het grondrecht dat de burger de meeste bescherming biedt van toepassing geacht. Ten aanzien van de grondrechten de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst is gebleken dat door de verticale en horizontale werking alsmede het beperkingsstramien nagenoeg hetzelfde beschermingsniveau wordt geboden.</description>
      <pubDate>Sat, 28 Jun 2008 22:58:59 GMT</pubDate>
    </item>
    <item>
      <title>Het gemeentelijk afstemmingsbeleid ingevolge de Wet werk en bijstand</title>
      <link>http://hdl.handle.net/1820/1552</link>
      <description>Title: Het gemeentelijk afstemmingsbeleid ingevolge de Wet werk en bijstand
&lt;br/&gt;
&lt;br/&gt;Authors: Hendriksen, MMJ
&lt;br/&gt;
&lt;br/&gt;Abstract: Bij de invulling van het gemeentelijke afstemmingsbeleid is een centrale rol weggelegd voor de individuele consulent. In de onderzochte verordeningen staan veel open normen, terwijl nadere richtlijnen ontbreken. Ook wordt uit de verordeningen niet altijd duidelijk wat de rechtsgevolgen zijn van een bepaald handelen of nalaten. Dit betekent dat de verordeningen weinig bescherming bieden tegen willekeur en rechtsongelijkheid.&#xD;
De maatregelen kunnen fors zijn. In de verordeningen wordt geen onderscheid gemaakt tussen uitkeringsgerechtigden. Om te voorkomen dat een uitkeringsgerechtigde onevenredig zwaar door de afstemming wordt getroffen zal de consulent per individuele situatie moeten beoordelen of er redenen zijn om af te wijken van de standaardmaatregel. Ook ontbreken in de verordeningen de nodige waarborgen met betrekking tot de rechtsbescherming voor een belanghebbende in de gevallen waarbij de afstemming dient te worden aangemerkt als een punitieve, bestraffende sanctie.&#xD;
Dit alles leidt naar mijn mening tot de slotsom dat mijn eerste onderzoeksvraag, namelijk of er in de onderzochte gemeentelijke maatregelenverordeningen voldoende rekening gehouden met de algemene rechtsbeginselen, ontkennend dient te worden beantwoord.&#xD;
In paragraaf 5.3 heb ik al uiteen gezet dat naar mijn mening ten aanzien van het afstemmingsbeleid bij het niet of onvoldoende medewerking verlenen aan het verkrijgen of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid enige rechtsongelijkheid tussen gemeenten een aanvaardbaar en een toelaatbaar gevolg is voor de keuze voor decentralisatie van bevoegdheden. Dit omdat de hoogte van een maatregel in belangrijke mate afhankelijk is van de wijze waarop de lokale politiek invulling geeft aan het reïntegratiebeleid.&#xD;
Ook de regionale werkgelegenheidssituatie speelt daarbij een belangrijke rol. Om deze reden zou ik er voor pleiten om het gemeentelijk maatregelenbeleid integraal onderdeel te laten uitmaken van het gemeentelijk reïntegratiebeleid. Op deze wijze wordt een samenhangend reïntegratiebeleid tot stand gebracht en de effectiviteit van het beleid vergroot.&#xD;
Bij het afstemmen van de uitkering in alle overige omstandigheden spelen lokale omstandigheden geen rol. De verschillen die thans ontstaan, zijn naar mijn mening onacceptabel groot. De bijstand is tenslotte een minimum voorziening. Om deze reden ben ik voorstander van een centrale voor alle gemeenten geldende afstemmingsregeling in die situaties, waarbij lokale omstandigheden geen rol spelen.&#xD;
De tweede onderzoeksvraag luidt:&#xD;
Draagt het gemeentelijk maatregelenbeleid bij tot de realisatie van de doelstelling van de wet, namelijk het vergroten van de activerende werking van het systeem?&#xD;
Helaas is het niet mogelijk gebleken, gelet op de complexiteit van het onderwerp, hierop een sluitend antwoord te geven.&#xD;
In de zoektocht naar informatie over dit aspect bleek dat er slechts beperkt onderzoek is gedaan naar de effecten van het afstemmingsbeleid. Uit deze beperkte onderzoeken ontstaat het beeld dat een streng afstemmingsbeleid bijdraagt aan een verhoogde uitstroom uit de uitkering en een beperkte instroom in de uitkering. Bij de onderzochte organisaties zijn geen cijfers aangetroffen die dit beeld kunnen bevestigen.&#xD;
De hoogte van de afstemming bij de gemeente Zutphen komt overeen met de hoogte van de maatregelen ingevolge de Abw.&#xD;
In verband hiermee mag worden verondersteld dat de effecten van het afstemmingsbeleid in het kader van de WWB in de gemeente Zutphen niet gewijzigd zijn ten opzichte van de Abw.&#xD;
Het ISWI daarentegen heeft de WWB aangegrepen om het afstemmingsbeleid aan te scherpen. Deze organisatie is echter in 2006 in samenstelling en omvang gewijzigd, waardoor de aanwezige cijfers niet goed zijn te vergelijken. Nader onderzoek hiernaar dient te worden afgewacht.</description>
      <pubDate>Mon, 30 Jun 2008 22:58:59 GMT</pubDate>
    </item>
    <item>
      <title>Immateriële schadevergoeding: aansprakelijkheid jegens indirecte slachtoffers</title>
      <link>http://hdl.handle.net/1820/1535</link>
      <description>Title: Immateriële schadevergoeding: aansprakelijkheid jegens indirecte slachtoffers
&lt;br/&gt;
&lt;br/&gt;Authors: Enting, Corry
&lt;br/&gt;
&lt;br/&gt;Abstract: ﻿De probleemstelling in deze scriptie is: wanneer is er, in het kader van immateriële schade, sprake van aansprakelijkheid jegens indirecte slachtoffers? Uit het onderzoek kwam naar voren dat het bij aansprakelijkheid jegens indirecte slachtoffers draait om de relativiteit. Beoogt de geschonden norm het indirecte slachtoffer ook te beschermen? In het Taxibus-arrest waar het gaat om schending van een verkeersnorm stelt de Hoge Raad dat de geschonden norm ook het indirecte slachtoffer beoogt te beschermen indien er wordt voldaan aan een aantal bijkomende  &#xD;
vereisten. Er is jegens het indirecte slachtoffer onrechtmatig gehandeld indien bij hem door de waarneming van het ongeval of door directe confrontatie met het ongeval een hevige emotionele shock wordt teweeggebracht, waaruit geestelijk letsel voortvloeit, hetgeen zich met name zal voordoen indien het indirecte slachtoffer een nauwe affectieve relatie heeft met het  &#xD;
directe slachtoffer. Zo laat de Hoge Raad de onrechtmatigheid als het ware afhangen van de relativiteit. 	 &#xD;
Het woordje ‘jegens’ impliceert relativiteit. De door de Hoge Raad gestelde nadere vereisten beperken de kring van gerechtigden. De beperking ligt voornamelijk in de wijze van ontstaan (relativiteit = confrontatieaspect) en de aard van het geschonden belang (de schade = 	 &#xD;
psychiatrisch ziektebeeld). 	 &#xD;
De nadere vereisten die de Hoge Raad in het Taxibus-arrest voor aansprakelijkheid stelt zijn door de formulering enigszins flexibel. Met betrekking tot het confrontatieaspect stelt de Hoge Raad niet als vereiste dat men het ongeval heeft waargenomen, ook confrontatie kort daarna is mogelijk. Hoe kort kort moet zijn maakt de Hoge Raad niet duidelijk. Daarnaast is een erkend 	 &#xD;
psychiatrisch ziektebeeld niet altijd noodzakelijk. Uit de jurisprudentie blijkt echter dat lagere rechters vrijwel altijd een erkend psychiatrisch ziektebeeld noodzakelijk achten. Ernstig psychisch letsel wordt gezien als aantasting in de persoon in de zin van art. 6:106 lid 1 onder b BW, waardoor vergoeding van de immateriële schade mogelijk wordt. Uit de onderzochte lagere jurisprudentie blijkt dat het vereiste van een erkend psychiatrisch ziektebeeld vaak een hoge drempel is, waardoor er geen schadevergoeding toegekend wordt. 	 &#xD;
Het Taxibus-arrest heeft reflexwerking naar andere rechtsgebieden.</description>
      <pubDate>Sat, 29 Mar 2008 22:58:59 GMT</pubDate>
    </item>
    <item>
      <title>Wet BIBOB; een privacytekort communautaire?</title>
      <link>http://hdl.handle.net/1820/1477</link>
      <description>Title: Wet BIBOB; een privacytekort communautaire?
&lt;br/&gt;
&lt;br/&gt;Authors: Bakker, Pieter
&lt;br/&gt;
&lt;br/&gt;Abstract: in deze scriptie wordt een onderzoek gedaan naar de relatie tussen de Wet BIBOB en de georganiseerde misdaad.</description>
      <pubDate>Mon, 29 Oct 2007 22:58:59 GMT</pubDate>
    </item>
  </channel>
</rss>

