<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss xmlns:taxo="http://purl.org/rss/1.0/modules/taxonomy/" xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/" version="2.0">
  <channel>
    <title>DSpace at Open Universiteit</title>
    <link>http://dspace.ou.nl</link>
    <description>The DSpace digital repository system captures, stores, indexes, preserves, and distributes digital research material.</description>
    <textInput>
      <title>The DSpace search engine</title>
      <description>Search the Channel</description>
      <name>search</name>
      <link>http://dspace.ou.nl/simple-search</link>
    </textInput>
    <item>
      <title>Neue Technologien, neues Lernen?</title>
      <link>http://hdl.handle.net/1820/4291</link>
      <description>Title: Neue Technologien, neues Lernen?&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Authors: Specht, Marcus&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Abstract: This presentation gives some background on the use of mobile media and the impacts on learning and use in society.&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Description: Specht, M. (2012, 13 May). Neue Technologien, neues Lernen? Invited Talk given at the Continium Discovery Centre, Kerkrade, The Netherlands.</description>
      <pubDate>Mon, 14 May 2012 09:02:14 GMT</pubDate>
    </item>
    <item>
      <title>Sociale media; anders leren, anders onderwijzen</title>
      <link>http://hdl.handle.net/1820/4290</link>
      <description>Title: Sociale media; anders leren, anders onderwijzen&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Authors: Rubens, Wilfred&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Abstract: Presentatie over onderwijskundige redenen om sociale media in het onderwijs te gebruiken, verzorgd tijdens het afsluitend symposium van de OnderwijsVernieuwingsCoöperatie, 9 mei 2012&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Description: Rubens, W. (2012, 9 mei). Sociale media; anders leren, anders onderwijzen. Presentatie tijdens het afsluitend symposium van de OnderwijsVernieuwingsCoöperatie, Utrecht, Nederland.</description>
      <pubDate>Mon, 14 May 2012 07:30:57 GMT</pubDate>
    </item>
    <item>
      <title>New business model for distance learning</title>
      <link>http://hdl.handle.net/1820/4289</link>
      <description>Title: New business model for distance learning&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Authors: Rubens, Wilfred&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Abstract: Presentation about the outlines for a new business model for distance learning, based on Osterwalders business model canvas. The presentation was held at the annual conference of the European Association for Distance Learning, May 10 2012.&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Description: Rubens, W. (2012, 10 mei). New business model for distance learning. Presentatie tijdens het EADL-congres, Noordwijkerhout, Nederland.</description>
      <pubDate>Mon, 14 May 2012 07:25:44 GMT</pubDate>
    </item>
    <item>
      <title>Schoolontwikkeling en optimaliseren van leerprocessen</title>
      <link>http://hdl.handle.net/1820/4288</link>
      <description>Title: Schoolontwikkeling en optimaliseren van leerprocessen&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Authors: Mooij, Ton&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Abstract: In een gastcollege voor studenten (ortho)pedagogiek wordt verhelderd hoe schoolproblemen van leerlingen kunnen ontstaan. Dit met name voor relatief  achterlopende of ook voorlopende leerlingen. Vervolgens wordt uitgewerkt welke onderwijs- en schoolcondities kunnen leiden tot relatief optimale leerprocessen en -effecten voor de diverse leerlingen.&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Description: Mooij, T. (2012, 10 mei). Schoolontwikkeling en optimaliseren van leerprocessen. Gastcollege ‘Jeugd-, Gezins- en Onderwijsbeleid’ voor studenten (ortho)pedagogiek, Radboud Universiteit, Faculteit Sociale Wetenschappen; Afdeling Orthopedagogiek, Gezin en Gedrag, Nijmegen, Nederland.</description>
      <pubDate>Mon, 14 May 2012 07:22:35 GMT</pubDate>
    </item>
    <item>
      <title>Tablet computers and eBooks. Unlocking the potential for personal learning environments?</title>
      <link>http://hdl.handle.net/1820/4287</link>
      <description>Title: Tablet computers and eBooks. Unlocking the potential for personal learning environments?&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Authors: Kalz, Marco&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Abstract: Invited keynote for the annual conference of the European Association for Distance Learning (EADL) on 9 May 2012. If you want to embed the presentation please see http://www.slideshare.net/mkalz.&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Description: Kalz, M. (2012, 9 May). Tablet computers and eBooks. Unlocking the potential for personal learning environments? Invited presentation during the annual conference of the European Association for Distance Learning (EADL), Noordwijkerhout, The Netherlands.</description>
      <pubDate>Thu, 10 May 2012 09:33:59 GMT</pubDate>
    </item>
    <item>
      <title>SOAgile - Een onderzoek naar de inzet van de combinatie SOA en Scrum Agile bij softwareontwikkeling</title>
      <link>http://hdl.handle.net/1820/4286</link>
      <description>Title: SOAgile - Een onderzoek naar de inzet van de combinatie SOA en Scrum Agile bij softwareontwikkeling&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Authors: Wolf, Niels&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Abstract: Service Oriented Architecture en Scrum Agile zijn twee termen die op IT-gebied regelmatig voorbijkomen. Door de grote belangstelling voor de architectuurvorm SOA en de ontwikkelmethode Scrum Agile is het van belang een onderzoek uit te voeren naar deze combinatie. Dit onderzoek is uitgevoerd om antwoord te krijgen op de vraag: Welke randvoorwaarden en condities van de combinatie SOA en Scrum Agile zorgen voor een verbetering of behoud van de flexibiliteit en kwaliteit bij Softwareontwikkeling?Het resultaat van dit onderzoek is dat dertien van de vijftien randvoorwaarden een positieve invloed hebben op de kwaliteit van softwareontwikkeling wanneer deze worden gevolgd. Daarnaast hebben acht van de vijftien randvoorwaarden een positieve invloed op de flexibiliteit van softwareontwikkeling. De overige randvoorwaarden lijken geen negatief of positief effect te hebben op zowel flexibiliteit als kwaliteit. Hiermee is de doelstelling van dit onderzoek gerealiseerd.Een aanbeveling die op basis van dit onderzoek kan worden gedaan is om nieuwe randvoorwaarden en condities te zoeken in andere artikelen en deze toe te voegen aan het model. Deze kunnen dan bij een organisatie die zowel SOA als Agile toepast worden getoetst.</description>
      <pubDate>Tue, 08 May 2012 17:06:53 GMT</pubDate>
    </item>
    <item>
      <title>Importance Sampling for Credit Risk Monte Carlo Simulations using the Cross Entropy method</title>
      <link>http://hdl.handle.net/1820/4285</link>
      <description>Title: Importance Sampling for Credit Risk Monte Carlo Simulations using the Cross Entropy method&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Authors: Vooys, Floris de&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Abstract: For this thesis, we applied the Cross Entropy method on a credit risk model for the ING wholesale lending portfolio and some synthetically created realistic portfolios. The Cross Entropy method is found to be able to find appropriate Importance Sampling parameters within a relative modest resource budget. With the new parameters, the standard deviation of the estimate that the losses will exceed the available buffer can be decreased with more than 95%. A similar reduction with regular Monte Carlo would require the number of scenarios to increase four hundred times. Alternative methods provide similar reductions, but these use numerical methods that are more complex to implement and require more resources to calculate.Further tests show that the method is robust to the parameters used in the Cross Entropy method (within reasonable limits), it is not influenced significantly by the constitution of the portfolio and that none of the problems occur that the scientific literature warns about (in particular the “degeneracy of the likelihood ratio”).</description>
      <pubDate>Tue, 08 May 2012 16:18:47 GMT</pubDate>
    </item>
    <item>
      <title>Digitale Leermiddelen voor de Woordenschatconsolidatie van Kleuters</title>
      <link>http://hdl.handle.net/1820/4284</link>
      <description>Title: Digitale Leermiddelen voor de Woordenschatconsolidatie van Kleuters&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Authors: Theelen, Hanneke&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Abstract: Digitale prentenboeken en educatieve spellen zijn nieuwe leermiddelen, ontstaan in het kielzog van de snelle ontwikkeling van de informatie- en communicatietechnologie. Eerder onderzoek naar deze middelen toont hun afzonderlijke bijdrage aan een betere woordenschat- en/of taalontwikkeling bij kleuters (Smeets &amp; Bus, 2009; Hoge, 2009; Bruggink, et. al., 2011).  Het onderhavige onderzoek naar digitale leermiddelen vergelijkt de effecten tussen een niet-lineair digitaal educatief spel en een lineair geanimeerd prentenboek (2 of 4 maal aanbieden) voor woordenschatconsolidatie, tijdsbesteding en motivatie. Vooraf is het digitale prentenboek eenmaal bekeken voor woordenschatsemantisatie.Middels een gestratificeerde aselecte steekproef werden 80 leerlingen, afkomstig van twee basisscholen in Zuid-Limburg, verdeeld over vier groepen. Groep een en groep twee bekeken respectievelijk twee en vier keer nogmaals het digitale prentenboek in een dito aantal aaneengesloten sessies, de derde groep speelde het digitale spel en de vierde groep diende als controlegroep. Tijdens een voor- en nameting werd de woordenschatconsolidatie gemeten op de onderdelen passieve en actieve woordenschat met de Taaltoets alle Kinderen (Verhoeven &amp; Vermeer, 2001) en de boekgebonden actieve en passieve woordenschat middels twee zelfontworpen testen. Tijdsbesteding werd met stopwatch gemeten en motivatie na elke sessie met een zelf ontworpen instrument.Leerlingen die het digitale prentenboek herhaald bekeken (twee of vier maal) vertoonden vooruitgang op de actieve woordenschat ten opzichte van de controlegroep. De experimentele groepen hadden, uitgezonderd degenen die het digitale prentenboek twee maal herhaalden, zoals verwacht een betere boekgebonden passieve woordenschatconsolidatie dan de controlegroep. De experimentele groepen presteerden conform verwachting allen beter dan de controlegroep op de boekgebonden actieve woordenschatconsolidatie, waaruit blijkt dat elk van de drie interventies geschikt is voor verbetering van de boekgebonden actieve woordenschatconsolidatie. Anders dan werd verwacht hadden leerlingen die het spel speelden geen betere woordenschatconsolidatie dan leerlingen die het digitale prentenboek twee maal herhaalden bij gelijke tijdsbesteding. Het spel bleek in tegenstelling tot de verwachting even motiverend als het herhalen, maar de motivatie was in alle gevallen hoog. De discussiesectie behandelt verklaringen voor deze bevindingen. Een digitaal spel voldoet duidelijk om te consolideren, al zal dit als aanvulling op een voor de woordenschatsemantisatie gebruikt digitaal prentenboek de daarvoor benodigde investering wellicht niet rechtvaardigen. Vandaar dat nader onderzoek naar het effect van digitale spellen op zowel woordenschatsemantisatie als woordenschatconsolidatie wordt aanbevolen.&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Description: Theelen, H. (2012). Digitale Leermiddelen voor de Woordenschatconsolidatie van Kleuters. April, 20, 2012, Heerlen, Nederland: Open Universiteit.</description>
      <pubDate>Fri, 20 Apr 2012 00:00:00 GMT</pubDate>
    </item>
    <item>
      <title>Geen tijd om vroegtijdig te beslissen, wel tijd om de schade te herstellen?</title>
      <link>http://hdl.handle.net/1820/4283</link>
      <description>Title: Geen tijd om vroegtijdig te beslissen, wel tijd om de schade te herstellen?&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Authors: Lottum-Piek, S.X. van&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Abstract: De Nationale Ombudsman, de Algemene Rekenkamer en de Commissies  voor de evaluatie van de Algemene Wet Bestuursrecht hebben alle een evaluerende rol ten aanzien van de kwaliteit van het functioneren van de overheid. Reeds jaren lang tonen diverse evaluaties en onderzoeken van deze organen aan dat tijdig beslissen het grootste knelpunt is in de uitvoering van overheidstaken door bestuursorganen. Deze constateringen hebben telkens weer geleid tot actie in allerlei vormen. Er is een oproep gedaan om meer tussentijdse informatie te verstrekken, er zijn organisatorische veranderingen doorgevoerd en er is opgeroepen om te leren van elkaar. Ook worden preventieve maatregelen voorgesteld zoals het invoeren van een toets op de uitvoerbaarheid van de in te voeren maatregel, extra alertheid op de kwaliteit van het primaire besluit en betere communicatie met de burger in ieder fase. Opmerkelijk is vooral het feit dat vaak is aangedrongen op de ontwikkeling van een effectief voortgangsbewakingssysteem. Iets dat tot op de dag van vandaag nog steeds niet is gerealiseerd. Op grond van de regelingen die bestonden voor invoering van de Wet Dwangsom zou er sprake moeten zijn van voldoende rechtsbescherming tegen traag besluitende overheidsorganen, maar in de praktijk blijkt dit niet het geval. Hoewel zowel in het bestuursrecht als in het civiele recht meerdere wegen openstaan blijken burgers en bedrijven hiervan onvoldoende gebruik te maken. Naast het klagen bij het bestuursorgaan zelf staat ook bezwaar en beroep open als een bestuursorgaan te laat besluit.  In spoedeisende gevallen kan de burger een voorlopige voorziening vragen bij de bestuursrechter. In het civiele recht is er nog de mogelijkheid een schadevergoeding te vragen op grond van onrechtmatige daad. Er moet dan wel aan meerdere vereisten zijn voldaan, tenminste moet er sprake zijn van geleden schade door het te laat genomen besluit.Procedurele en praktische bezwaren weerhouden de burger er vaak van op te komen tegen traag besluitende bestuursorganen. Uiteindelijk heeft de wetgever besloten tot een juridische maatregel, de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen (hierna te noemen: de Wet Dwangsom). Omdat ik mij af vraag of deze juridische maatregel daadwerkelijk nodig is om het probleem van traag besluitende bestuursorganen op te lossen heb ik in deze scriptie de volgende vraag gesteld:“Op welke wijze realiseert de overheid tijdige besluitvorming door bestuursorganen én effectieve rechtsbescherming voor de burger tegen niet-tijdige besluitvorming door bestuursorganen?”.De Memorie van Toelichting van de Wet Dwangsom laat geen onduidelijkheid bestaan over het doel dat wordt nagestreefd met het indienen ervan. De termijnen waarbinnen de overheidsorganen in de praktijk beslissingen nemen moeten worden verkort. Dit moet worden bereikt door burgers en bedrijven extra rechtsmiddelen in handen te geven zoals de dwangsomregeling en het overslaan van de bezwaarfase. Als een bestuursorgaan niet in staat blijkt te zijn binnen de daarvoor gestelde wettelijke termijn te beslissen, kan een dwangsomregeling een extra stimulans vormen om afdoende maatregelen te nemen.Men ging bij de wetgeving en invoering niet over één nacht ijs. Het wetgevingsproces heeft jaren geduurd. Dit heeft onder meer geleid tot de volledige doorlichting van alle beslistermijnen en eventuele aanpassing daarvan. Algemene conclusie is dat alle betrokken partijen van mening waren dat er iets gedaan moest worden aan de traag beslissende bestuursorganen. Er is in het hele proces nauwelijks meer getwijfeld aan de noodzaak van deze juridische maatregel, er is slechts gediscussieerd over de inhoud ervan.Alvorens de burger een beroep op de dwangsomregeling kan doen of op grond van de Wet Dwangsom de bezwaarfase kan overslaan dient de burger het bestuursorgaan in gebreke te stellen. Dit kan op het moment dat de beslistermijn is overschreden of indien de redelijke termijn (ingeval van het ontbreken van een beslistermijn) is overschreden. De ingebrekestelling heeft tot doel het bestuursorgaan attent te maken op het feit dat er zo spoedig mogelijk moet worden besloten. Met deze ingebrekestelling wordt beoogd zoveel mogelijk gerechtelijke procedures te voorkomen. Mocht het bestuursorgaan twee weken na de ingebrekestelling nog steeds niet hebben besloten, dan is de burger gerechtigd een dwangsom te claimen of direct beroep bij de rechter in te stellen. Als de burger verwacht dat na het doorlopen van deze procedure ook zeker een besluit is genomen komt hij bedrogen uit. Na betaling van de dwangsom is niet gezegd dat er ook een besluit is genomen. In de procedure van direct beroep hoeft de rechter slechts vast te stellen of er inderdaad te laat is besloten. In het geval dat de rechter tot de conclusie komt dat er te laat is besloten geeft deze een termijn waarop het bestuursorgaan alsnog een besluit moet nemen. Vaak zal daaraan dan een dwangsom worden verbonden die fors hoger kan uitvallen dan de eerdergenoemde dwangsomregeling. Enkele evaluaties, voornamelijk gedaan bij gemeenten, hebben uitgewezen dat de burger in het algemeen nog weinig gebruik maakt van de mogelijkheden die de Wet Dwangsom biedt. Er is sprake van een verbetering van het aantal tijdig genomen besluiten, maar of dit toe te schrijven is aan de invoering van de Wet Dwangsom valt nog te bezien. Het is goed mogelijk dat de toegenomen aandacht voor het onderwerp én de vooraf reeds genomen organisatorische maatregelen dit positieve effect hebben veroorzaakt. Ook de verruiming van een aantal beslistermijnen voorafgaand aan de invoering van de Wet Dwangsom kunnen deze verbetering hebben veroorzaakt.Al met al ben ik van mening dat er niet één specifieke oplossing is, maar dat de oplossing van dit vraagstuk moet worden gevonden in een mix van maatregelen, waarbij het belangrijk is in een zo vroeg mogelijk stadium de problemen te ondervangen.  Om snelle besluitvorming te bevorderen zullen alle schakels in de keten doordrongen moeten zijn van het belang ervan. Het geven van inzage in het proces, gedegen opleiding, strakke sturing en waar nodig het uitbreiden van capaciteit zijn allemaal organisatorische maatregelen waarvan ik mij afvraag of deze voldoende zijn toegepast. Daarnaast is een cultuuromslag vereist. Er zal gericht (aan)gestuurd moeten worden op een dienstverlenende houding en het persoonlijk in gesprek gaan met de aanvrager. Het is van belang om minder te schrijven en meer te bellen en de aanvrager op de hoogte te houden van de fase waarin de besluitvorming zich bevindt en de eventuele knelpunten.  Het is een schone taak voor de regering om budget vrij te maken voor de ontwikkeling van een adequaat, breed inzetbaar en efficiënt voortgangsbewakingssysteem dat de juiste bestuurlijke informatie genereert om goed op dit proces te kunnen sturen. Mochten bestuursorganen ondanks deze maatregelen toch nog te laat beslissen dan is er naar mijn mening maar één remedie. Hard ingrijpen. Volgens mij is het dé oplossing om rechters recht te laten spreken en de vrijheid te geven (binnen kaders) hun inhoudelijk besluit in de plaats te stellen van het niet tijdig genomen besluit. Dit is de ultieme straf voor het bestuursorgaan omdat men hiermee de regie uit handen moet geven op de hen opgedragen taken. Des te sneller zullen zij zorgen dat ze alles op orde hebben. Om dit zonder al teveel problemen te laten verlopen vind ik het (ondanks alle kansen die er al zijn geweest) redelijk om bestuurorganen enige tijd te geven de zaken op orde te brengen.Ik concludeer dat de Wet Dwangsom niet de meest geëigende oplossing is voor het probleem van traag beslissende overheidsorganen.</description>
      <pubDate>Mon, 07 May 2012 11:02:12 GMT</pubDate>
    </item>
    <item>
      <title>Hoe richt ik onderwijs in voor hoogbegaafde leerlingen en studenten?</title>
      <link>http://hdl.handle.net/1820/4282</link>
      <description>Title: Hoe richt ik onderwijs in voor hoogbegaafde leerlingen en studenten?&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Authors: Mooij, Ton; Dijkstra, Elma; Koper, Rob; Kester, Liesbeth; Gijselaers, Jérôme; Wolff, Charlotte; Bahreini, Kiavash; De Vries, Fred; Berkhout, Jeroen; Storm, Jeroen&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Abstract: Tot acht jaar geleden waren er in Nederland vrijwel geen hoogbegaafde leerlingen. Althans, dat werd gezegd in scholen voor primair en voortgezet onderwijs. Statistisch gezien echter was, en is, circa drie procent van hen hoogbegaafd. Incidenteel waren er wel schrijnende beschrijvingen van cognitief hoogbegaafde leerlingen en hun problemen in school. Die beschrijvingen bestaan in Nederland sinds midden jaren tachtig van de vorige eeuw. In het buitenland dateert dat soort informatie al van de jaren '20.Anno 2012 hebben we in scholen, universiteiten en het beleid wel intense aandacht voor excellentie in het onderwijs. Er wordt veel geld besteed aan excellentie. De meest gebruikte definitie van excellentie richt zich op de 10 of 20% best presterenden. Het voordeel daarvan is dat er in elke school en onderwijsinstelling per definitie relatief veel excellente leerlingen, studenten of docenten zijn. Dat geeft houvast, en hoop.Een opvallend punt is echter dat er groot verschil kan zijn tussen hoogbegaafd zijn en excellent zijn. Met name cognitieve hoogbegaafdheid uit zich bij zeer jonge kinderen in vergaande, relatief zelfstandige vorderingen qua taal en rekenen. Als vierjarige functioneren zij soms op het niveau van een leerling in groep 3 of 4. Nog steeds weten scholen hiermee nauwelijks om te gaan. Zij richten hun speel- en leerprocessen in op groepen leerlingen van ongeveer dezelfde leeftijd, met daarop afgestemde materialen en werkwijzen. Die zijn per definitie ongeschikt voor cognitief hoogbegaafden. Vierjarige cognitief hoogbegaafden ervaren dan veelal (gedwongen) onderpresteren, demotivatie en sociale isolatie in groep 1 en 2. De leerkracht neemt dan inderdaad geen hoogbegaafd kind (meer) waar. En, helaas, 10 of 20% best presterenden of 'excellenten' hebben we altijd wel. Maar het zijn dan veelal niet de cognitief hoogbegaafden. De vraag is dan: hoe vergroten we de kans dat een hoogbegaafde leerling ook een excellente leerling is, en blijft?In deze masterclass worden de volgende punten aan de orde gesteld:1. Waarom zien leerkrachten cognitieve hoogbegaafdheid niet, resp. waarom ondersteunen zij dit niet adequaat wanneer zij dit aanvankelijk wel zien bij een kind in groep 1?2. Waarom en hoe gaan zij de leerling zien als oorzaak, in plaats van als slachtoffer van gedwongen onderpresteren?3. Hoe kun je in groep 1 wel een juiste diagnostiek realiseren, gevolgd door een leerpsychologisch verantwoord speel-/leeraanbod?4. Hoe kun je de organisatie van speel-/leerprocessen in scholen optimaliseren, inclusief de benodigde veranderingen in het team?5. Hoe trek je de juiste leerpsychologische, onderwijskundige en organisatorische lijnen door in het voortgezet en hoger onderwijs?&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Description: Mooij, T., Dijkstra, E., Koper, R., Kester, L., Gijselaers, J., Wolff, Ch., Bahreini, K., De Vries, F., Berkhout, J., &amp; Storm, J. (2012, 20 april). Hoe richt ik onderwijs in voor hoogbegaafden? Masterclass in de OpenU community. Open Universiteit, Heerlen, Nederland. Beschikbaar op http://portal.ou.nl/web/masterclass-hoogbegaafdheid/;</description>
      <pubDate>Mon, 07 May 2012 09:32:01 GMT</pubDate>
    </item>
  </channel>
</rss>


